|
Kapt Farben
Als
de
trein piepend begint af te remmen
en we langs de eerste huizen van
Great Yarmout rijden. Beginnen de pasagiers
hun jassen aan te trekken ,en hun bagage uit het net boven hun hoofden
te halen. Een felle bui met
hagel geselt de ramen van de trein maar ja het is dan ook Februari. Flarden zwarte vette rook van de Locomotief worden door de bui neer
geslagen. Ik trek mijn jack aan en pak mijn plunjezak uit het bagage
net. En zie het station in het raam verschijnen, als de trein
schokkend en piepend tot stil stand
gekomen is
worstel ik me naar de uitgang van de
trein. Stap het perron op en laat mij met de stroom mee richting uitgang
voeren. Ik
smijt mijn plunjezak op het achterdek en spring er achter aan.
En ga
dan op zoek naar de Kapitein. Ik loop iets naar voren en zie een deur
met een koperen bordje met Salon er op. Nou iedere Coaster man weet
dat daar negen van de tien keer de Kapitein en eventueel zijn vrouw te
vinden is. Ik klop op de deur, en na een tijdje nog eens om dat niemand
reageert op mijn geklop open ik de deur dus
zelf maar en ga naar
binnen.
Ik
roep hallo is daar iemand
dan hoor
ik van beneden roepen wie u ook ben ik ben zo bij u. Gaat u al vast maar zitten Meneer. De
salon ziet er huiselijk uit, als of een vrouwen hand hier de poets
beurten geeft. Aan de want hangen verschillende schilderijtjes en
ingelijste foto,s. Een foto is van een al wat kalende man met
zijn vrouw, op het achter dek van de Henny-D,
zouden de Kapt
en zijn vrouw de wel eens kunnen zijn . Terwijl ik de foto,s sta te bekijken hoor ik een stem
achter mij zeggen. "Goede
middag Meneer u bent zeker de eerste of tweede Meester? Ik
draai mij naar het geluid van de stem om, en ben stom verbaast. Voor
mij staat een slanke man
met een witte uniformpet op zijn hoofd
met een lang smal gezicht en
een havik neus.
Een snor met een punt baardje en
een gouden bril met neusbeugel completeren
het geheel. Hij
is gekleed in een zwart jasje met
twee geborduurde balken op zijn borst.
Wat naar later blijkt zijn
onder scheidingen te zijn. Een wit overhemd met een
licht blauwe das en een gouden speld, een
licht grijze broek met
zwarte schoenen.
Alles
rerfect in de vouw, en de schoenen
zijn glimmend gepoetst. De man ziet er uit om door een ringetje te halen.
Daar om ben ik zo verbaast want ik had die oudere kalende man van de
foto als de Kapt verwacht.
En niet zo,n gedistingeerd
figuur als deze man.Ik geef hem een hand
en zeg dat ik de eerste Machinist
ben. ” Farben
Kapitein,” stelt hij zich aan mij voor, Meneer ik ben net
zelf drie uur aan boord als af los Kapitein want de eigenaar
tevens de Kapitein van dit schip is voor vier maanden geschorst Zullen
we eens in de Mess gaan kijken of de andere bemanning leden daar te
vinden zijn. Dan kunt u zich daar na gaan instaleren, de tweede is nog
niet aan boord maar die zal zo wel komen vermoed ik, hoe is uw
reis naar hier verlopen
prettig hoop ik. Is
wel mee gevallen Kap, alleen de rit met die Stoomtrein van Londen
naar hier vind ik wat smerig overal zit roet aan en op. Onder
tussen zijn we in de Mess aan gekomen waar de gehele bemanning zit te
wachten op de dingen die komen gaan Ik
stel mij voor aan de mensen en vraagt de Stuurman een Brabander die
zijn vrouw die Tonny heet mee vaart als kok, ik vraag of
iemand mijn hut even kan wijzen zo dat ik kan gaan uitpakken. Dat
doe ik wel even meester zegt Andries een matroos [we hebben twee
matrozen Andries, Harry en Jan de o/g] Mijn hut is niet te ruim en
niet te klein maar beter als die van de tweede die slaapt bij de
matrozen in een ruimte met vier kooien vertelt Andries. En dat
heeft in het verleden nogal eens moeilijkheden gegeven. Dan ging
zo,n tweede machinist stan pede terug als hij zag dat hij geen
eigen hut had nou ja dat zou ik ook doen. Na te hebben uitgepakt
en mij gelijk heb omgekleed duik ik de Machinekamer in nou dat
was met recht een vetloods. Wat is de boel hier verwaarloosd
,alles is vies en vuil op de dek platen breek je nek zo
wat van het vet en de olie zo vuil als die zijn. Geverfd is
er zeker al in geen jaren het is in een woord een armoedige troep.
Gereedschap is er weinig en wat er is , moet van het jaar nul zijn. Er
moet heel wat gebeuren voor dat er
gevaren kan worden met deze schuit zeker weten. Ik ga naar boven om
met de Kapt te overleggen en hem te zeggen dat we zo nog niet
kunnen varen. Boven
gekomen ga ik eerst maar eens een babbeltje met de Stuur maken.
Hij vertelt dat hij net een reis aan boord zit, en dat zijn voorganger
in een Psychiatrische instelling zit voor geestelijk gestoorden.
"De Henny- D" had namelijk vier maanden zonder eerste
Machinist gevaren daarom was ook de kapt eigenaar geschorst. De
vorige stuurman had de rol van eerste Machinist overgenomen,
en deed de gekste dingen wel of niet in de machine kamer terwijl de
tweede niks durfde zeggen. De
Stuurman dreigde iedereen met lichamelijk geweld en
aangezien er geen Meester te krijgen was moest de eigenaar zijns
inziens toch wat, en bleef hij maar door varen om het hoofd boven
water te houden. Mijn
voorganger is zo mesjokke geworden vertelt de Stuur aan mij, omdat hij
verleden jaar bij Schiermonnikoog tijdens een zware storm op een potje
de Ton-G tijdens een storm is
omgeslagen om dat de Motor uitgevallen was. Hij was toen het gebeurde
net naar beneden gegaan om wat te pakken, en heeft acht uur in
een luchtbel gezeten terwijl de boot nog dreef,
na acht uur werd de Ton-G op de banken bij Ameland
gegooid, waarna het Coastertje terug draaide en hij een paar uur later
door een helikopter ontdekt werd en daar na gered, terwijl de andere
vier bemanningsleden zijn verdronken. Dat heeft een geestelijk zieke
man van hem gemaakt. En tijdens een reis van Diepe naar Oostende hij
was bezig met de jongens in de voorkuil ging hij plotseling op het pot
deksel staan en zei ik ben Den Heer en ik zal naar u mijn vader toe komen
en hij stapte zomaar over boord. Natuurlijk grote consternatie er
werden twee redding boeien over boord gegooid en er werd op koers
terug gegaan de ouwe heeft hem uit eindelijk uit het water gehaald.
En
na dien tijd heeft hij geen woord meer gezegd ze hebben hem
in Diepe naar het ziekenhuis gebracht. Van daar is hij naar een Psychiatrische Instelling in Nederland vervoerd. Dat is erg triest voor zo,n man Meester, en natuurlijk ook
voor zijn vrouw en kinderen. Ik hoop zo iets nooit mee te maken. Na
dat gesprek ga ik naar
de Salon om met de Kapt te overleggen over de Machine kamer die
in een deplorabele toestand verkeerd. Hij blijkt op de brug bezig te
zijn ik vertel hem mijn bevindingen die ik in de Machinekamer
gevonden heb. Nou
Meester de spullen hier op de brug zijn ook niet wat ik
gewend ben niet genoeg kaarten en die er al zijn, zijn ook nog hele
oude en de andere navigatie spullen zijn ditem zo. Ik zal
contact met de bevrachter in Groningen opnemen, zo dat we ons de
hoog nodige spullen aan kunnen schaffen om veilig te kunnen
varen. Doet u wat u al vast kan doen met de spullen die u heb, en ik
hoor wel van u wat u allemaal wenselijk acht. En
Meester wil u heden avond een kop koffie en een borrel met
mij in de salon komen drinken, de Stuurman en zijn echtgenote komen
ook dan kunnen we nader kennis maken. Graag
Kap dan zie ik u van avond wel zeg ik van de brug af
gaande op weg naar de Machinekamer Na anderhalf uur heb ik het
meeste bekeken en ben ik tot de conclusie gekomen, dat er veel werk te
doen is. Het is onderhand ketens tijd dus ga ik mij om kleden en dan
naar de Mess om te eten. In de Mess is iedereen al aanwezig behalve de
Kapt als hij ook gearriveerd is kan er op gediend worden. Tonny
onze kokkin is een leuk uitziende vrouw met lang zwart haar
met een leuke Brabantse tongval. Later vertelt zij me dat ze
een kroeg in Etten-Leur heeft en dat ze zelf achter de tap staat
maar dat ze zolang er geen andere Kok op de Henny-D is zij de honneurs
wel waar wil nemen Haar
zuster doet de kroeg zolang zij er niet is, en dat is in goede
handen vertelt ze in haar heerlijk Brabants tong valletje. Het eten is
uit de kunst en er heerst een gezellige sfeer voor dat ogenblik. De
mannen zitten met een schuin oog naar de Kapt te kijken, die met mes
en vork zit te eten. En ieder keer als hij een slokje water neemt met
een servet [ waar hij dat servet vandaan heeft weet ik niet ] zijn
lippen afdept, als of hij in een vier sterren restaurant zit te
dineren. Mocht hij al in de gaten hebben dat we naar hem zitten
te kijken dan laat hij dat niet blijken. Na het toetje staat hij op
bedankt Tonny met zijn bekakte stem voor haar kook kunst, waardoor
Tonny begint te giechelen maakt een buiging en verlaat de Mess. Als
hij vertrokken is word het even stil in de Mess, zo,n Kapt heb ik nog
nooit meegemaakt zegt Harry dan, ik ben benieuwd hoe hij is om mee te
werken. Nou
dat moet de toekomst uit maken zegt
onze Stuurman hij is de Kapt en zijn wil is wet hoe dan
ook. Ik moet toegeven ik heb zo iets ook nog nooit meegemaakt,
maar wie weet hoe een goed zeeman hij is gezien al die onder
scheidingen die hij zo te zien toch maar heeft. En die krijg je niet
als je alleen een thee kransje kan leiden dacht ik zo. Dus mannen
ik wil geen grappen over zijn manier van doen horen omdat wij dat
ongewoon vinden. En nu een ander onderwerp graag. Ja
Stuur vraagt Andries kunnen we vanavond de wal op. Jammer
zegt Harry ik kan helaas
niet mee ik heb de boordwacht. Nou
als je wil kan je gaan neem ik hem wel van je over we gaan van avond
toch op bezoek bij de Kapt. Maar
het water zakt hier een heel eind Meester je moet goed wat slek geven
zegt Harry. Het
zal de eerste keer niet zijn Harry
ik ben ook matroos geweest dus ga jij maar lekker de wal op. Als
de Stuur en ik s,avonds in de salon komen zit de Kapt ons in zijn
gemakkelijke stoel van de vorige eigenaar op te wachten. Goede
avond heren groet hij ons en begint drie koppen koffie in te
schenken en morst daar behoorlijk
bij. U moet mij dat maar niet kwalijk nemen heren zegt hij tegen
ons, maar ik ben dat in zijn geheel niet gewend om koffie in te
schenken. Op mijn vorige schepen had ik daar een bediende voor. U zult
zich waarschijnlijk bij u zelf af vragen wat is dat toch voor een
vreemde kerel. Maar ik heb altijd op de grote schepen gevaren en
daar keek men ook altijd vreemd tegen mij op. Ik ben het zwarte
schaap van mijn Familie zoals men dat noemt. Er is geen een van
mijn broers, neven, nichten of wie van mijn Familie dan ook
die ooit op een schip gevaren heeft Ja om een reisje langs de
Bahamas,s te maken en daar mee houd het dan ook op. Zij zitten in het
bankwezen, de beurs, Diamant handel, en nog veel van deze zaken. Ik
persoonlijk wilde op jonge leeftijd al gaan varen, Kapt op een schip
zijn, maar het had heel veel voeten in de aarde voor ik op
de Zeevaart school zat. Maar zoals u ziet is mij dat uiteindelijk
toch gelukt, al heb ik veel goodwill bij mijn vader verspeeld hij is
dan ook altijd boos op mij gebleven tot aan zijn dood toe. Ik was
1e stuurman toen de tweede wereld oorlog uit brak 38 jaar
oud. Wij lagen toen in Kaapstad wij moesten naar Londen voor
verdere orders. Daar werd mij een schip toegewezen als gezagvoerder,
en heb ik de gehele oorlog konvooien gevaren op Moermansk,
Amerika, Afrika en nog veel meer. Ik ben twee keer door U Boten getorpedeerd
geweest met mijn bemanning. Door vliegtuigen, gebombardeerd en
beschoten vaak in slecht weer wat geen pretje was. En ik heb heel
wat mensen zien sterven in een voor mij altijd zinloze oorlog.
Men heeft mij daar voor onderscheiden zoals u ziet, om dat ik het
geluk had dat gekken huis te overleven. Ik ben nu 58 jaar oud en
wil de laatste 7 jaar als aflos Kapt, mijn pensioen halen. Alleen
was het niet de bedoeling dat ik op een Coaster het bevel zou
gaan voeren. Maar door een mis verstand kreeg ik dit schip toe
gewezen, en aangezien ik nog nooit het bevel op een Coaster gevoerd
heb. Dacht ik wel Maurice ik doe het dan heb ik dat ook in mijn loop
baan mee gemaakt. Dat
zal dan wel wennen voor u zijn op zo,n klein schip, in
vergelijking waar u altijd op gevaren heb Kap zegt de Stuur tegen hem.
De
Kapt schenkt onderwijl onze borrel glaasjes weer vol, onder de
goed keurende blikken van de Stuurman en mij. En wat mij op viel was
dat hem dat veel beter afging dan een kop koffie in schenken, het ging
nu tenminste zonder een druppel te morsen. Ach het zal mij nu ook
wel weer lukken Stuurman denk u ook niet, en anders heb ik altijd u
nog niet waar. Na
deze woorden zit onze Stuur de Kapt nadenkend aan te kijken als of hij
denkt meen je dat nou echt. We
gaan zo gauw de 2e meester aan boord is met deze vracht vaten
haring naar Rotterdam, die we in de Jobs haven moeten lossen zegt de
Kapt. Maar
dat is voor ons natuurlijk geen nieuws meer dat wisten de Stuur en de
rest van de bemanning al lang voor onze Kapt aan boord kwam.
Onze lege glaasjes worden weer bij gevuld, en de Kapt vraagt mij
hoe het er in de Machine kamer bij staat dat gaat. Wel
Kap al moet ik nog veel controleren want zoals ik u al eerder zei
is het zwaar verwaarloost daar beneden.
De Stuur en zijn mannen gaan ons helpen met het op nieuw
verven van de Machine kamer en daar ben ik hem natuurlijk zeer
erkentelijk voor. Maar
voor zo ver ik het kan over zien kunnen we nu varen al
wil ik voor ons vertrek wel even proef draaien, dat doe ik namelijk
altijd als ik voor het eerst aan boord van een ander schip komt te
varen. Ik ga nu even naar de trossen kijken want zoals u weet heb ik
de boordwacht, anders hangen we straks aan de kade te bungelen. Als ik
van het trossen lossen terug komt worden onze glaasjes weer door de
Kapt gevuld met dat heerlijke Schiedammer vocht. De Kapt was
vrijgezel vertelde hij ons en woonde
in een groot huis dat hij en zijn zus van wijlen zijn moeder ge
erft hadden. Daar woont hij nu met zijn zuster die het wel en wee in
het huis bestierd Zijn moeder heeft geld aan hem en zijn zuster
nagelaten, om dat kolossale huis te kunnen onder houden. Want het
kost heel veel geld om dat huis goed te onderhouden zegt hij En met
zijn gage zou hij er lang niet aan toekomen daar zouden we dik te kort
aan komen. Terwijl we zo gezellig zitten te babbelen word er op de
deur van de Salon geklopt. En
na het komt u binnen van de Kapt
stapt er een man de Salon
binnen die de tweede Meester blijkt te zijn. Na het voorstellen krijgt
Anton zo blijkt de tweede te heten van Farben een borrel in
geschonken terwijl hij ons en zich zelf wij ook niet vergeet. Later
op de avond komt Tonny de vrouw van de Stuur er ook nog
gezellig bij zitten en zegt een pilsje graag als de Kapt vraagt wat
zij drinken wil. Het
word nog een heel
gezellige avond, de Kapt blijkt een heel gezellige verteller
te zijn naar mate de kleine Schiedammertjes zich op volgen,
maar hij blijft een heer ondanks de vele
borrels die hij drinkt. De andere morgen is het varen geblazen
Oostelijke koers of zo iets op naar Rotterdam. Na
mijn werk in de Machinekamer ga ik op de brug kijken de Kapt zit op
een stoel door de ruit naar buiten te staren. Morgen Kap
hoe is het om zelf wacht te moeten lopen vraag ik hem Nou
het zal op de duur wel wennen Meester, al is het natuurlijk wel vreemd
dat er geen andere Officier op de brug aanwezig is, maar alleen ik en
de roerganger. De Motor loopt naar behoren hoor ik Meester. Ja
zeker Kap tot nu toe wel en hopelijk blijft dat zo. We
zullen zien, we zullen wel zien Meester, zegt hij het is in elk
geval prima weer en we maken tien mijlen het uur dus we zullen gauw in
Rotterdam zijn. Heeft u een rijbewijs Meester vraagt hij plotseling
van onderwerp veranderend.Ja zeker Kap B E en C wilt u er soms een
hebben, heel leuk van u meester, heel leuk. Ik heb namelijk geen
rijbewijs maar ik heb mij een voertuig aan geschaft waar ik geen
rijbewijs voor nodig heb, en ik ben er tot nu toe zeer tevreden
mee. Ik
was nieuws gierig wat voor een voertuig hij bedoelde maar hij liet
zich er verder niet over uit. Schip op de stuurboord boeg Kap waar
schuwt Harry, die wacht te
roer heeft een vleetlogger die aan de vleet ligt zo te zien. Vijf
graden Zuidelijker Roerganger zegt Farben, dan kunnen we er
achter langs en daar na terug op de oude koers. Toen ik nog
stuurman was Meester begint de Kapt te vertellen kwamen we van
Zuid Amerika, toen kwam
ik voor het eerst een heel stel van die vissers schepen op mijn
weg tegen en wist ik even niet wat te doen. Ik wilde voor de
eerste vissers boot langs varen maar die begon als een
razende op zijn fluit te blazen. Dus ben ik achter hem langs gevaren
ben ik er net achterom begint de daarnaast liggende vissers boot te
fluiten. Dus ik begrijp dat we er niet voorlangs kunnen varen, maar
aangezien er zoveel van die schepen liggen. Kan ik niet anders doen
dan onze koers negentig graden naar stuur boord in dit geval te
verleggen en de hele vloot op die koers uitvaren, om
daar na de oude koers te hervatten dat was even een warboel
voor een jonge onervaren stuurman als ik toen was. s,
Avonds verkennen we Hoek v Holland en na de loods aan boord genomen te
hebben stomen we op naar Rotterdam de Jobs haven in. Als we
afgemeerd liggen wil de Stuur met zijn mannen de ruimen open gaan
gooien. Zeg
Stuur kan je daarmee even wachten
we moeten eerst de Carters van dek Motoren peilen,
voor de bomen omhoog kunnen? vraag ik want daar hebben we helaas
nog geen tijd voor gehad. Dat
is goed Meester we wachten wel tot
je klaar ben met open gooien. Dus
peilen we eerst de Carters van de beide dek Motoren en ons vermoeden
blijkt juist te zijn er zit nog weinig olie in de Carters, en wat
er nog in zit lijkt wel koolteer, dus de boel ververst en de zaak kan
weer gestart worden door onze dekhengsten. Als de ruimen open liggen
waar Anton en ik, uiteraard een handje bij geholpen
hebben drinken we met z,n allen nog even voor het te kooi gaan de
wel bekende borrel of Pilsje. Er
word om half acht gestart met lossen Meester zegt de
Stuurman. Oké Stuur heb je ons dan nodig voor het een of ander? Nee
niet bepaalt ik ga om een uur of tien het achterdek soppen soppen dan
heb ik pas water aan dek nodig. Ik
hoor het wel wanneer je met soppen begint Stuur dan kun je zoveel
water als wil aan dek krijgen. Als
ik s,morgen met een slaperige kop mijn ontbijtje met eieren en spek, naar
binnen zit werken. Vraagt
Tonny onze Kokkin zeg Meester
zou je straks voor dat je naar beneden gaat even in de Kombuis willen
komen ik wil je namelijk wat vragen. Voor
jou doe ik dat altijd Tonny
ik kom wel even langs,onder tussen stapt de Kapt de Mess binnen om
zijn ochtend maal te nuttigen. Wat wil je eigenlijk weten meid vraag
ik aan haar. O
dat vertel ik je straks wel Meester en ze schiet de Kombuis in. Morgen
heren eet u smakelijk groet onze Kap de Mess binnen komend en hij gaat
aan het hoofd eind van de tafel zitten. Waar Tonny voor hem gedekt
heeft, een Bord, mes en vork, kop met schotel en een servet liggen
voor de Gezagvoerder van de "Henny - D" gereed. Terwijl wij
allen een stuk eenvoudiger toe moeten de Kapt zegt tegen de
Stuurman dat hij zo gauw mogelijk nieuwe verf zal bestellen dan kan de
boel eens een ander kleurtje krijgen. Want volgens de Kapt had de
vorige Stuurman allen over gebleven kleuren verf bij elkaar
gemengd. En daar mee de stukken die net geschilderd
waren en dat waren er niet veel mee gedaan, maar welke kleur dat
was moest je maar raden, het
zag er afschuwelijk uit vond hij. Hij zou ook voor de
spullen die ik voor de Machinekamer besteld had zorgen zegt
hij. Dan kan u ook de achterstallige dingen op orde brengen
Meester. Onder
tussen komt Tonny de Mess in en vraagt Kapt wat wil u eten en ze
schenkt een kop koffie voor hem in. Graag een bordje Corn Flake,s mevrouw
en daarna een gekookt eitje graag. Nou die man straalt een soort gezag
uit dat wij zeker niet hebben, want Tonny is echt een schat hoor maar
koffie voor ons inschenken! zelfs voor haar man is dat er mooi niet
bij. Om half acht zegt de Stuur laten we gaan mannen en gaat met de
dek ploeg het dek op. Het
is een grote drukte aan dek, van schreeuwende bootwerkers en piepende
kranen die over de kade rijden. Als de Kapt gegeten heeft staat hij
van zijn stoel op, wenst ons met zijn bekakte stem een goede dag
toe, knikt met zijn hoofd een soort genadig knikje en verlaat de Mess. Als
Aantoon naar de Machinekamer toe is ga ik naar Tonny in de Kombuis.
Ja
Meester ik moet je iets vragen en wat laten zien zegt ze als ik binnen
kom. Aan gezien jij een Scheveninger ben zal jij het wel weten,en al
pratend haalt zij een deksel van een emmer af die in een hoek van de
Kombuis staat,en doet een stap op zij om mij in de emmer te laten
kijken. De emmer is gevuld met haring die wij in Great Yarmouth
geladen hebben die is natuurlijk door de dekploeg
georganiseerd, daar om wilde Tonny natuurlijk niks zeggen waar de Kapt
bij was. Hoe
moet ik deze vissen klaar maken Meester koken of bakken? Nou
Ton deze haring is puur zout dat zijn zo genaamde steurharingen
zo als wij dat op de Visserij zeggen. Ze zijn wel mooi vol, maar
als je ze bakken wil zal je ze toch eerst in vers water moeten weken
gedurende zes en dertig uur of langer en je moet het water om de twaalf
uur verversen. Dus kunnen we ze over twee dagen gebakken eten je snijd
de koppen en staarten er af de hom en kuit laat je zitten. Maak drie
diepe sneden aan iedere kant van het visje, bak ze dan rond en
we zullen smullen. Jammer
Meester ik had gedacht dat ik ze van avond al kon bakken, dan wacht ik
maar dat we weer ergens in een haven liggen. Want zo zout als nu
zijn kan ik zelf beslissen wanneer ze in de week gaan ja toch? Zeker
weten Tonny we zullen als de Kapt aan boord terug is wel horen waar we
naar toe gaan, Een reisje Middellandse zee zou me welkom zijn. Ja
dat zou ik ook wel willen dan kan ik lekker in mijn vrije tijd
gaan zonnen, want Toon houd wel van een bruin tintje. Ik
zie er al naar uit Tonny jij in je badpak Oei. Nou
Meester laat Toon het maar niet horen want hij is nog al jaloers uit
gevallen. Een geintje
moet kunnen Tonny vind je ook niet? Was dat alles wat je van me weten
wilde Tonny? Dan ga ik ga
de Machinekamer maar eens in om Anton bij te staan met het vele
werk wat we te doen hebben . s, Middags tegen koffie tijd komt
onze Kapt van de wal terug en zegt dat we naar Hengelo toe gaan om
likstenen [ dat zijn vierkante blokken zout met een gat in het midden,
die de boeren dan aan het hek ophangen en waar de koeien dan
aan likken zo dat ze voldoende zout binnen krijgen wat ze nodig
hebben] te laden voor Bornholm Denemarken. Dus geen
reisje naar de Middellandse zee voorlopig, daar zouden we op een zeker
moment wel heen gaan, maar dan het daar wel bloed heet zou zijn zo
iets als in Augustus. We zouden via het IJsselmeer en de IJssel
naar Hengelo toe stomen zegt de Kap tegen de Stuur. Wanner zijn
we leeg Stuur? De Boten baas denkt dat we over twee dagen leeg zijn Kap zegt de Stuur terwijl hij van zijn mok koffie zit te genieten. De Kapt drinkt zijn kopje koffie naar het idee van ons allen op een bekakte manier hij pakt zijn kopje met duim en wijsvinger beet en brengt het kopje naar zijn mond, doet zijn pink op een grappige manier omhoog neemt een klein slokjes, en zet het kopje dan op het schoteltje terug, en neemt dan een klein hapje van het daar op liggend koekje. Als de Kapt naar zijn salon vertrokken is zegt Tonny dat de man goede manieren heeft. En dat wij daarbij vergeleken ruige beren zijn maar als ze de Stuur en onze blikken ziet haast ze zich te zeggen dat ze toch het liever toch met ruige beer van doen heeft. Twee dagen later stomen we de Waterweg af op weg naar Hengelo. We hebben in die twee dagen ook de dek motoren, het anker spil, en de broodwagen [stuur machine voor het roer] op het achter schip na gekeken en in de shit gezet. Het is een rustig zee, dus liggen we al gauw bij de sluis van Kornwerderzand.Dan gaan we via de sluis het IJsselmeer op, en varen naar de monding van de IJssel en via de IJssel even voor Zutphen het Twente kanaal op naar Hengelo. Als we Hengelo aan komen zegt de boten baas dat we vier dagen moeten wachten voor dat we geladen kunnen worden. Er zijn nog twee
schepen voor jullie mensen en dat heeft nou eenmaal zijn tijd
nodig. De Kapt gaat voor drie dagen naar huis aangezien hij
betrekkelijk dicht bij woont. Daar ik thuis niks te zoeken heb blijf
ik lekker aan boord. Harry en Andries gaan ook naar huis op huis aan.
En Tonny gaat naar Brabant naar haar Café om te zien hoe de zaak daar
reilt en zeilt onder de hoede van haar zuster. Dus blijven de Stuur,
Aanton, Jan en ik over om het werk aan boord te doen wat op een
Coaster heel normaal is. Aangezien ik wel aardig koken kan zal ik dat
van Tonny er bij over nemen. Dan
kan je gelijk de harinkjes doen Meester zegt ze, alleen zal je wel te
veel hebben aan die emmer met haring. Ik
bak ze allemaal wel Tonny en geef de rest aan de bootwerkers dan
hebben die ook een vette bek. Hoofdstuk 2. s
Avonds gaan de Stuur, de tweede en ik de wal op, om een pilsje te
pakken. Het is daar erg gezellig in Café de "Zoute
Hut" een heel toepasselijke naam voor zo,n zoute plaats als
Hengelo. We hebben menig pilsje gedronken in die vier dagen. De vierde
dag zit ik lekker op het dek met de Stuur in het zonnetje, even van
het werk uit te rusten, als we een pruttelend geluid van een
klein Motortje horen We kijken naar de kade en zien een soort Cockpit
op wielen de kade op komen rijden. Het geval stopt met piepende remmen langs
het schip na even daar gestaan te hebben gaat de boven kant van het
geval naar op zij open en stapt onze “Kapt Farben,” uit dat
vreemde voertuig Het is dat hij geen sjaaltje om zijn nek heeft
anders zou je denken dat een Piloot van de RAF uit zijn Spitfire klom.
Hij wenkt ons om naar hem toe te komen en vol trots zegt hij. Hoe
vind u mijn Gogmobiel Meester hij haalt dik vijftig KM en geen
rijbewijs nodig. Erg
mooi Kap zeggen we. Er kunnen twee personen in het beestje maar dan
moet je wel achter elkaar zitten. En
alles in dit vervoermiddel ziet er erg krap uit, het stuur
werkt op de wielen als een kantel effect, draai je naar rechts dan
kantelden de voorwielen naar rechts en naar links idem, ditem zo. Wil u
samen met de Stuur een ritje maken, of gaat u met mij mee vraagt de
Kapt aan mij. Ik
zie het nou niet zo zitten om in dit vervoermiddel te kruipen,
maar na enige aarzeling stap ik toch maar in. Het zit inderdaad
erg krap als ik op het kleine stoeltje zit, stapt ook onze Kapt voor
mij in zijn goggem zoals hij hem noemt en sluit de kap van
plastic glas start het motortje en rijdt weg. Al spoedig
rijden we op de dijk die langs de IJssel loopt aangezien we laag op de
weg zitten lijkt het of we honderd KM per uur rijden. En we
rijden vlak langs de kant van het dijkweggetje waar aan de Rechter
kant de IJssel in de zon ligt te glinsteren. Ik verwacht dat we ieder
ogenblik in de IJssel zullen belanden. En ben blij als we bij een
afrit van een boerderij aan komen waar de Kapt in rijdt om de
Gogmobiel te draaien en dan terug naar de kade te rijden waar
we aan afgemeerd liggen. Ik vind dat hij beter met een schip kan varen
dan met zo,n gogmobiel rijden. Na het Gogmobiel avontuur gaan we aan
boord waar Jan de koffie bruin heeft. Blijft u mee eten
Kapt kaap vraag ik, dan kan ik er nog wat piepers er bij
schillen. Graag
meester want wat mijn zuster voor mij kookt lijkt nergens op al hoe
wel ik weet natuurlijk ook niets van uw kookkunst af, maar het moet
wel heel slecht zijn om dat van mijn zuster te over treffen. Nou
Kap de Meester kookt een prima potje zeggen de mannen , des te beter
zo dan eet ik van avond tenminste lekker. En gaan we morgen laden
Stuurman vraagt de Kapt aan de Stuur. Ja
Kap vandaag komen ze klaar met die Coaster de Ventura
die onder de kraan ligt, en wij zijn dan morgen aan de beurt. Komt
u vrouw morgen ook terug dat is wel de bedoeling Kap zegt de
Stuurman. Ja
ik ben morgen ook weer terug aan boord, van avond mijn Goggem terug
brengen en mijn zuster gedag zeggen en dan terug naar mijn schip. Wat
eten we van avond Meester. Gekookte
aardappelen andijvie, en gebakken schol Kap met een puddinkje toe. Dat
klinkt veelbelovend Meester vooral die gebakken schol zal wel smaken
gebakken vis vind ik heerlijk. Als we gegeten hebben en koffie
gedronken met een Tompoes die ik s, middags bij de bakker gekocht had,
vertrekt de Kapt in zijn Goggem naar huis en gaan Anton, Jan en
ik na de afwas gedaan te hebben, en de ruimen te hebben open
gegooid dan hoeft dat de andere morgen niet te gebeuren, een
pilsje drinken in de "Zoute Hut." De kastelein is een
aardige vent die af en toe ook wel eens een rondje van de zaak geeft
wat je zelfs in die tijd al weinig mee maakte. Het
stadje stelt weinig voor mannen niet veel te beleven zegt hij, al
is het over de hele wereld beroemd door zijn zout export. Na
een biljartje en nog wat pilsjes gaan we naar boord terug. En drinken
met de Stuur samen die de boordwacht voor Andries heeft gedaan in
ruil voor een paar flessen Carlsberg nog wat Pilsjes..Ik zal blij zijn
als Tonny er morgen weer is mannen zegt de Stuur. Anders
ik wel Stuur zeg ik, ben ik tenminste van dat kokkerellen af. Maar
het was toch lekker Meester vooral de gebakken schollen waren heerlijk
heb je zeker op de visserij geleerd. En wanneer gaan we makrelen roken
zoals je de laatste keer zei meester, ja dan moet ik eerst een
olie vat uitbranden het juiste hout op de kop tikken en niet te
vergeten de makrelen te pakken te krijgen. We zullen een visserschip
moeten paaien, maar het is
niet gezegd dat die dan makrelen aan boord heeft. Maar als we buiten
zijn roep ik mijn broer via onze zender op en vraag of hij makreel aan
boord heeft en hij op onze
route vist. Mag dat niet zo zijn dan hoort een ander ons gesprek
misschien en kan die ons aan makrelen helpen.
We zullen het aan de Kapt vragen zegt de stuurman dan. En
denk er om mannen zeg ik, niet tegen Tonny zeggen dat ik die
zoute haring in de kukelton gedumpt heb He en daarna een lekker
maaltje bakschol hier in Hengelo heb gekocht. Nou
we zullen hopen dat niemand zich verspreekt zegt de Stuurman. Och
we zijn maar met vier die er van gegeten hebben zegt Jan. Nee
met vijf want de Kapt heeft ook meegegeten zeg ik dus die moeten
we morgen ook inlichten maar dat kan eigenlijk niet want de weet hij
gelijk dat de jongens haring geklauwd hebben dus laten we maar hopen
dat het goed afloopt. Maar het was lekkerder dan die zoute haring
geweest zou zijn en Tonny hoefde ze zelf niet te eten nee toch. Och
ze bedoeld het goed zegt de Stuur dan. Uiteraard
zeg ik. De
andere dag is het laden geblazen en mondjes maat komen de overige
bemanning leden weer aan boord druppelen. Ik heb het eten voor Tonny
alvast klaar gezet dan
hoeft ze het alleen nog maar te koken. En verder hebben we nog een
hoop werk in de Machine kamer te doen. De Stuur en Jan hebben al
een hele boel in de Machinekamer geverfd en het begint er een
stuk fatsoenlijker uit te zien. De dekplaten worden
door Anton en mij onderhanden genomen en we zijn
erg content met het resultaat daar van. Op de vierde laad
dag zijn we s,avonds om acht uur klaar nadat de laadploeg
overgewerkt heeft. En de andere
morgen om half acht komt de Loods aan boord en is varen
geblazen. En wat gaat een goed zeeman dan doen? Juist hij gaat
voor zijn laatste dag de wal op om een pilsje te drinken
Dus na het eten gaat iedereen de Kapt incluis op de
boordwacht na de wal op naar "de Zoute Hut". Met zo.n naam
moet je wel dorst krijgen dus word er flink getankt. Op een zeker
moment begint Harry op het plaatje Kantinka die de kastelein
heeft opgezet, een zogenaamde Russische dans doen en wij allemaal mee
klappen. En ondanks het vele bier of misschien wel dank zij dat
gaat het hem steeds beter af. Steeds wilder en wilder gaat het op zijn
hurken en knieën draaiend en
dansend in het rond. Onze koppen worden steeds roder tot
dat Harry om lazert maar dat vind hij nog niet genoeg. Ik
ga een Russische dronk op jullie allemaal uitbrengen lalt hij. Hier
jongen zegt de Kapt en duwt hem een glas bier in de hand
hij schijnt de act van Harry ook wel vermakelijk te vinden en
je kan niet merken of dat door de vele borrels komt die hij al op
heeft. Kom
op Harry zegt Andries en helpt hem via een stoel het tafeltje op waar
hij zijn Act wil op voeren. Dan gaat hij op de rand van het
tafeltje staan dat door De Kap en Andries in evenwicht gehouden word.
Zet het glas bier aan zijn lippen en begint achteroverhangend het glas
leeg te drinken. Hij gaat mijn,s in ziens wel erg ver achter over
hangen maar zonder te vallen drinkt hij het glas tot op de
bodem leeg en terwijl wij allemaal brullen komt hij weer omhoog
de tafel op. Kom
op mannen brult de Stuur en tilt Harry met Andries op de schouder en
dragen hem triomfantelijk door
het Café ,terwijl wij er allemaal achter aan hossend amprosie,
amprosie zingen. We liggen Harry die niet meer op zijn benen kan staan
op het biljard om hem bij te laten komen waar op hij prompt in slaap
valt. De
stoelen dans mannen brult de
Kap die de leiding van Harry over neemt. Hij zet zijn pet
achterstevoren pakt een
stoel gaat er op zitten met de leuning naar voren. En roept allemaal
op een stoel heren en doe mij maar na! Na
wat heen en weer geschreeuw zitten we allemaal op de zelfde manier op
onze stoelen als de Kapt, terwijl de kastelein bedenkelijk
naar onze verrichtingen staat te kijken. Voor
uit met de geit heren roept de Kap en begint met zijn stoel rond het
biljard te hoppen, waar Harry nog steeds op ligt en begint
luidkeels te zingen terwijl wij hem hoppend volgen. Ahoi,
ahoi, brult hij dat was een mooie show, ahoi, ahoi dat deed die kerel
mooi, ahoi, ahoi ahoiii, ahoiiii, en al hippend zingt hij steeds
het zelfde couplet. Het is een toffe boel in de “Zoute
Hut,” er word flink wat bier door onze kelen gespoeld. Maar aan
alles komt een eind op zeker moment roept de Kastelein. Dat
het de laatste ronde heren luid aan de bel trekkend die boven de Bar
hangt. Waacht uu eeven Meneerr de Kasstelein zegt de Kap, ik
wiill mijnn maannen evenn toe sprekenn alss u ddat ggoeed viinnd. Hij
rolt Harry op zij die zich al die tijd nog niet bewogen heeft en klimt
al waggelend geholpen door Andries via een stoel op het biljard. En
daar staat hij dan Kapt Farben, zijn gehele loop baan van Stuurmans
leerling tot Kapt op de GROTE
HANDELS VAART en
nu "Gezagvoerder" op een Coastertje van vijfhonderd ton
zoals hij zelf zegt.
Zijn pet achter voor op zijn hoofd zijn das scheef om zijn nek. Ja,
ja, drank leid tot decorum verlies dat kun je ook aan onze Kapt zien, die
toch Kapt en tevens ook nog van adel is. Hee, heeeren
spreekt hij met dubbele tong, ik heb inn heeel mijn loopbaan
toch een hele boel gemist realiseer ik mij nu. Ik heb nog nooit zoo,n
leuke bemanning geehaad als nu. En alss dank nodig iik julliee uuit
omm op ons llandhuis in Gelderland oop beezoek bij mij en mijn
zzusster Aamaliaa tee koomen. Kuunenn juulie oook eens van haaar
smeerige eten genieten waat iik zoo vaak mooet doen, Bij dezee heren
mijn dank. En hij klimt geholpen door de Stuurman het biljard af en
begint we gaan nog niet naar huis te zingen. We nemen de
laatste goudgele tap en na nog een laatste keer amprosie amprosie
te hebben gezongen gaan
we met Harry tussen ons in die lalt dat hij een
proost wil uitbrengen op de kooi aan.Om half zeven word ik door Jan
onze o/g gepord. Het
is tijd Meester zegt hij aan mijn schouder schuddend. Bedankt
Jan ik kom er aan zeg ik en sla
mijn benen over de rand van mijn kooi,
oei wat proef ik een vieze smaak in mijn mond of ik stinkend
vlees gegeten heb. En een punthoofd ontbreekt daar ook niet bij, maar
s,avonds een vent s,morgens idem ditem zo denk ik als ik mijn hoofd
onder de koude straal in de fontein houd mij aan kleed en naar Mess
ga, waar een groot deel van onze bemanning zit te eten en hun
koffie te drinken. Na eerst een bak koffie voor me te hebben
ingeschonken vraag ik. En Harry hoe voelen wij ons vandaag. Dat
gaat wel Meester de kop pijn zakt
straks van zelf weer. Nou
Har ik vond je proost gisteravond erg goed als ik dat zou doen viel ik
zeker weten op mijn achterhoofd. Och
Meester het lukte mij ook niet in een keer hoor en als je drank op heb
gaat het stukken beter dat is mijn ondervinding. Goede
morgen heren groet de Kapt de Mess binnen komend ik hoop dat u allen
goed geslapen heb. Nou
Kap na al die sloten bier valt dat toch altijd tegen zeg ik tegen hem.
En u ziet er ook niet zo uitgeslapen uit zo te zien als ik dat zeggen
mag. Wel
Meester mijn maag is inderdaad wat van streek maar voor wij buiten
zijn zal ook dat leed wel geleden zijn. Om
kwart voor acht komt de loods aan boord en even later stomen we de
IJssel op. Het gaat voorspoedig tot we aan de monding van de
IJssel komen waar een brug ligt waar van het licht ondanks het
fluiten van de Kapt op rood blijft staan. Daar we
van af de brug weinig leven bespeurden, besluit de Kapt aan de
voor de brug liggende steiger af te meren om pools hoogte te gaan
nemen waarom de brug niet open gaat als hij bij de brug komt
ziet hij de brugwachter aan komen fietsen. De
Brug kan niet open om dat de Elektromotor stuk is Kapitein en hij kan
morgen pas gerepareerd worden. Mooie
boel is dat meneer zo lang wil ik als het even kan niet wachten tijd
is geld niet waar. De Kap
kijkt hoe hoog de doorvaart van de brug is en hoe hoog de waterstand
hm dat moet lukken zegt hij tegen de Brugwachter. Als hij aan boord
terug komt zegt hij tegen de Stuurman. We
liggen te hoog om onder de
brug door te kunnen Stuurman dus afbreken dat Stuurhuis en Meester
pomp de piek en achter ballast tank vol. Want we hebben dan net genoeg
water onder de kiel om niet onder de brug vast te lopen. En
dat voor een Kapt die voor het eerst zo,n situatie op een Coaster
mee maakt. Dus gaat de
Stuur met zijn mannen de brug af breken wat overigens geen heksentoer
voor hun is. En wij pompen de voor
en achter tank vol wat met de voorpiek tank, eigenlijk te lang
naar mijn zin duurt. Als alles gedaan is wat gedaan moet worden
gooien we los en gaan rustig varend onder de brug door. We houden niet
veel over maar niet veel is ook genoeg. Als we het IJsselmeer op
stomen op weg naar de sluizen van Kornwerderzand, om zo naar
buiten te gaan. Word het stuurhuis weer opgezet en moeten de voor en
achter piek weer leeg. Dus de pompen aangezet maar alles wat
er gebeurt de voorpiek wil niet leeg.
We beginnen door de
volle piek voor over te
liggen en aan gezien we zo,n wind vier op de kop hebben beginnen
we behoorlijk te slingeren om dat de kont om hoog komt en we
steeds minder roer krijgen. De Kap gaat langzamer varen en vraagt. Wat
is er denk u aan de hand met de voorpiek Meester
want we kunnen zo niet naar buiten straks. Kunnen
we zo dadelijk voor anker gaan Kap dan kunnen we de zaak beter
bekijken. Goed Meester we
gaan zo voor anker onder de hoge wal daar. Dank
u Kap dat werkt wat gemakkelijker. Ik
ga met Anton naar de bak en draai de buiten klep van de Piektank
open dan kan hij alvast voor de helft leeg lopen en kunnen we er zo
dadelijk beter bij. We gaan het
vooronder in en beginnen de moeren van het Mangat deksel los te
draaien. Als het deksel los is zien we dat
De tank nog half met water zit. Geef
me de dekwas slang even aan Twee vraag ik aan Aantoon en laat hem
in de Piektank zakken. In
plaats van water aan dek hebben
we de slang op het aan zuig gedeelte van de pomp aangesloten. Zo
kunnen we via de dek wasslang de tank leeg pompen. Als de tank leeg is
kunnen we weer varen en
ga ik de nu haast
lege piektank in waar zich allerlei rot zooi in bevind.
In de aanzuigbuis zit een poets lap helemaal vast in de buis
gezogen dus de oorzaak hebben we gevonden, weer een bewijs van
slecht onder houd tot nu toe Na de tank schoon gemaakt te hebben word
hij weer door de Tweede dicht gedraaid. Er
lag een heleboel rommel in die tank Kapt vooral lappen hoe die er in
komen mag Joost weten maar er zat er een helemaal in de aanzuigbuis
getrokken. We zullen de andere Tanks zo snel mogelijk nakijken want
dat kan je niet hebben als je ze nodig heb.
Want wie weet wat we dan nog tegen
komen. Doe
je best Meester dan komt dat hopelijk ook
goed zegt de Kapt. Daar
ik wacht te kooi heb besluit ik eerst maar eens een bak koffie te gaan
drinken het is lekker rustig in de Mess dus drink ik op mijn gemak
mijn koffie met twee sneetjes brood. En aangezien er niemand in die
tijd verschijnt om een praatje te maken zoek ik mijn kooi maar op. Ik
word wakker om dat ik de motor niet meer hoor draaien en er is ook
geen licht. Aangezien het windkracht vijf is en we dwars zijn gaan
liggen slingeren we behoorlijk Ik schiet mijn kooi uit en in de
kleren als ik daar mee bezig ben gaat het licht weer branden Anton
heeft de Accu,s in geschakeld. Als ik in de Machinekamer kom is Anton
bezig om het euvel op te sporen. Wat niet mee valt met dat slingeren
van het schip. Hij
viel na de hik gekregen te hebben in eens stop Meester. Vreemde
zaak Anton wat was je precies aan het doen voor de boel stil viel
vraag ik aan hem. Nou aangezien stuurboord
tank twee leeg was heb ik bakboord tank drie aangesloten en de
dag tank volgepompt, en vlak daarna lag de motor het loodje. Dan
moet er met tank drie iets aan de hand zijn zeg ik tegen Anton terwijl
wij staan te praten zie ik een paar slippers met een paar witte benen
de machinekamer trap af komen. Daar boven verschijnt een hel rode
kamerjas met goud gestikte motieven. En toen het hoofd van onze Kapt
met zin grijze haar in de war en zijn bril scheef op zijn neus. Meester
wat is er aan de hand vraagt hij. Dat moet ik nog uitzoeken Kap. Als
het maar vlug is want we verleieren naar de banken en of het anker
hier in die zandgrond houd weet ik zo net nog niet. We
doen ons best Kap zeg ik tegen hem als hij weer naar boven gaat. Even
later heb ik de oorzaak van alle ellende gevonden we hebben komen
water door de gas olie van tank drie. Dus hebben we op BB tank
vier overgeschakeld en alle olie leidingen los gemaakt om de met
olie en water gevulde leidingen leeg te persen Als we daar mee bezig
zijn horen we het anker ratelend uit het kluisgat vallen en draaiden
we met de kop in de wind. We liggen gelijk rustiger het anker houd het
gelukkig en nu kunnen we rustiger werken. Na de dagtank in de
bilgen geleegd te hebben vullen we hem weer met gas olie uit tank
vier. En na de leidingen
te hebben gevuld met schone diesel en ontlucht. Fluit ik naar de brug
en zeg dat we een poging gaan wagen om de zaak te starten. Ik
wens u en ons veel geluk Meester want we liggen hier nou niet bepaald
gunstig de branding is niet ver weg. Ik
start de motor die na wat gestotter aanslaat en gelukkig blijft
doordraaien. We horen dat het anker gehieuwd word en de motor krijgt
vol vermogen vooruit. Hoofdstuk 3. De
volgende morgen varen we door het Kielerkanaal op weg naar Bornholm.
Als we de Oostzee in varen is het blak geil het water lijkt wel olie
maar je schiet zo wel lekker op, ik ga maar eens naar boven om
een luchtje te scheppen en om een praatje met de Stuurman en Harry te
gaan maken. Uit het raam van de brug hangend en
naar het gladde zee,tje kijkend
dat dof als olie glanst, zie ik drie grote brekers van zo,n vijf meter
hoog uit het niets op bakboord boeg op ons af komen rollen. Kijk
Stuur zeg ik en wijst naar Stuurboord boeg waar de drie brekers op ons
af komen. Hard
Stuurboord schreeuwt de Stuur tegen Harry die het roer snel naar
Stuurboord uitdraait. We zijn nog maar net begonnen met onze draai
naar Stuurboord als de eerste breker ons bereikt. We worden op
getild en daar we dwars op
de eerste breker liggen worden we van Bak naar Stuurboord gesmeten,
als de tweede breker ons bereikt liggen we al haast met de kop
in de Tweede golf en de laatste kan geen kwaad meer doen. Ik
hoor bestek rinkelen, het breken
van borden en allerlei andere geluiden van schuivende en
vallende voorwerpen. Wat
is er aan de hand heren vraagt de Kapt de brug op komend
kunt u mij vertellen
wat er aan de hand is. Er
kwamen plotseling drie brekers van zo,n vijf meter hoog uit het niets
van Stuurboord op doemen Kap zegt de Stuur
en de gevolgen heeft u gehoord en nu nog kijken wat voor schade
we opgelopen hebben. Ik
denk zegt de Kapt dat het een zee beving was
en dat we van geluk mogen spreken dat zoiets niet met een
zware zee gebeurd is want dan kan het lelijker met je schip aflopen. Gelukkig
valt de schade mee, in de Kombuis is het eten van het fornuis
geslingerd en borden, schalen en kommen zijn gebroken. Dus
krijgen we heden avond brood te eten zegt Tonny die haar hand
bezeerd heeft om dat ze de pan met soep wilde redden wat haar
niet gelukt is. Voor
de rest valt het wel mee wat de schade betreft, alleen is er
een vat smeerolie door de achterreling
geslagen en voor het gemak is ook de scheepsladder maar mee
gegaan die daar
vast gesjord was, als we
in Bornholm aan komen is het nog steeds lekker weer. Bij een
heerlijk zonnetje meren we af bij de enige kraan die op de
loswal staat. U
kan de Motor stoppen Meester zegt de Kapt
en hij verlaat de brug. De
dekploeg begint de zaak los klaar te maken, en om dat de dekmotor
van het achter ruim niet wil starten ben ik daar bezig om
hem weer aan de praat te krijgen. Ik zie onze Stuur op de likstenen
van het reeds geopende ruim stappen
de biems als een gewichtheffer beet pakken optillen en in het
gangboord gooien. Nou Stuur
we blijven toch wel vrienden He? roep ik naar hem dat is een
staaltje kracht wat hij ons daar laat zien. Ondertussen heb ik de
dekmotor van het achter ruim weer aan de praat gekregen als en
kunnen de Stuur en zijn mannen de rest van de biems er met de
winch en de boom uit draaien. Als wij in de Mess komen om te eten
vertelt Harry aan Tonny hoe sterk haar man wel is om zomaar in
zijn eentje zo'n zware biems uit zijn zetting te
trekken. Wij dachten dat
Tonny trots zou reageren maar niets is minder waar, furieus begint ze
tegen haar man te schreeuwen hoe hij zo iets stoms in
zijn stomme kop durfde halen, en als hij het lef heeft het weer
te doen dan zou hij er van
lusten. De
Stuur haalt zijn schouders op neemt
een slok van zijn koffie en zegt het viel best mee Ton die dingen zijn
niet zo zwaar als je wel denkt. Als
je het in het vervolg maar laat mannetje zegt Tonny met vuurspuwende
ogen naar haar Man kijkend. Een
hele goede avond Dame en mijne heren wenst onze Kapt en gaat aan
het hoofd van de tafel zitten. Dat was een sterk staaltje van u
Stuurman zegt hij tegen de Stuur, naar mijn weten heb ik dat nog
nooit iemand zien doen, maar met de winch en boom een biems ophalen
lijkt mij toch beter voor uw rug. Over
alles en nog wat met zijn allen keuvelend komt Tonny de Mess binnen
en zegt Meester de Haven meester vraagt of hij je even spreken
kan als je klaar bent met eten hij is in zijn woning zegt
hij. Dus
na het eten ga ik op weg naar de Havenmeester, hij woont in een leuk
huis aan het eind van de kade waar we afgemeerd liggen. Ik loop langs
de kant van het huis naar wat de voordeur moet zijn. Links van
mij is een groen hek dat een klein privé haventje markeert. Een sloep strak
in een licht bruine botenlak zo,n zeven meter lang met
een inbouw motor, een mast met een gaffeltuig netjes opgebonden en een
huif op van lichtblauw zeildoek op het voorschip, ligt licht deinend aan
zijn anker te trekken. Ik belt aan en ga in afwachting van de komst
van de havenmeester over het hek
hangen. Achter het haventje kijk je op de Oostzee in de verte stoomt
een Tanker en dicht onder de kust liggen een paar vissersbootjes,
net zulk soort sloepen als die in het haventje ligt, waar men
druk op het tossen is. Dat doen ze met een korte lijn met
aan de onderkant een staal bendel met een haak en soms aasvis, maar
ook word er wel met de blote haak gevist dat ligt er aan hoe
graag de tos bijt. De vissers zitten in de boot laten
de haak in het water zakken en halen de lijn met schokkende bewegingen
op en neer. De Tos bijt toe als je geluk heb en de vis word dan in het
bun van de boot gekiept, zo vissen ze door tot het bun
vol is of dat het tijd is om naar huis te gaan. Hallo
hoor ik een stem naast mij zeggen jij bent zeker de man die de
motor van onze boot komt nakijken. Naast
mij staat een een vrouw met lang blond haar, die mij een
hand geeft en zich voorstelt als de vrouw van de Havenmeester. Zullen
we dan maar naar binnen gaan vraagt ze en wijst op een hek dat naast
het huis staat, en gaat mij voor door het hek en sluit het weer
achter zich. In zijn tuin achter het huis zit de Havenmeester van een
biertje te genieten. De
Meester van de Anne Bjorn zegt de vrouw tegen hem, wilt u ook wat
drinken Meester vraagt de vrouw. Een
biertje graag Mevrouw, even later komt ze terug en zet ze een flesje
bier met een glas voor me
neer. Ik
neem een slok en zegt zo Meneer dat zal er wel in gaan proost. Zou
u naar de Motor van mijn Sloep willen kijken Meneer? vraagt de
Havenmeester, want hij slaat regelmatig af en dat is wel erg
lastig . Morgen
ochtend kan ik wel even bij u langs komen Meneer om uw motor weer
als een naaimachientje te laten lopen. Het is een mooi scheepje meneer
zeg ik daar zou ik nu ik graag eens een zeiltochtje mee willen maken. Wat
let je Meester hij is morgen van jou als je dat wil. Nou heel graag
meneer als dat zou kunnen dan zal ik zien of ik er nog wat bemanning
bij krijg, al kan ik hem ook alleen zeilen dat is geen probleem. Als
ik mijn pilsje opgedronken heb groet ik de havenmeester en zijn vrouw.Aan boord gekomen ga ik eerst maar
eens naar de Ouwe op zoek om een vrije dag voor de andere dag aan
hem te vragen om te gaan zeilen. Ik klopt op de deur van de
salon en stapt naar binnen waar onze Kap in zijn oude leren
stoel een boek zit te lezen. Goede
avond Meneer ik ben niet nieuwsgierig maar wat wilde de Havenmeester
van u.
Hij vroeg mij of ik morgen de motor van zijn sloep wil
nakijken Kap omdat die onregelmatig loopt en regelmatig afslaat.
Daarom wil ik voor morgen een
vrije dag aan u vragen dan kan ik als dat motortje is nagekeken, met
de Stuur of wie dan ook mee wil een eind gaan zeilen. Wel
Meneer mijn zegen heeft u ik zou zeggen neem u maar een dag vrij
en veel plezier toegewenst. Hij knikt mij genadig toe en
neemt het boek waar in hij zit te lezen weer op ten teken
dat hij het gesprek als geëindigd beschouwd. Zoals hij daar
zit in die oude leren stoel zijn hoofd met grijs haar en zijn
gouden bril met de neusbeugel licht gebogen, het boek in
zijn lange slanke bleke met bloedaders doorlopen handen dan zou
je haast een lichte buiging voor hem maken. Ik ga regelrecht naar de
Mess voor een bak koffie en een praatje in de Mess zitten de
Stuur met Tonny en Jan die boordwacht heeft de rest is de wal op.
Tonny vraagt direct als ik van mijn koffie zit te genieten wat de
Havenmeester van mij wilde. Dus vertel ik haar het hele verhaal
en vraagt of zij en de Stuur morgen zin hebben in een zeiltochtje als
ik het motortje van de sloep van de Havenmeester heb gerepareerd,
nou daar hebben ze wel zin in. Dan
neem ik wat te eten en drinken mee als we onderweg ergens
aanleggen zegt Tonny met glinsterende ogen. De
andere morgen sta ik vroeg op, scheer en was mij en
ga dan naar de Mess om een ontbijtje met koffie te nuttigen. Daarna
Duik ik de Machinekamer in om het benodigde gereedschap voor
het motortje van de sloep van de havenmeester bij elkaar te
scharrelen. Als ik bij het haventje aan kom ligt de sloep al aan
het daar aanwezige steigertje aan zijn meer touwen te trekken. De
Havenmeester zit achter in de boot op de doft van
het vroege zonnetje te genieten. Als hij me ziet staat hij
op en vraagt eerst koffie Meester. Ja
lekker zeg ik tegen hem hij loopt voor mij uit het huis binnen
regelrecht naar de keuken toe. Waar de tafel gedekt is voor het
ontbijt, goede morgen Meneer begroet zijn me en schenkt voor mij
en haar man een kop koffie in, wil u melk en suiker Meneer. Alleen
melk mevrouw zeg ik en pakt zo,n heerlijk hard broodje uit de op
de tafel staande schaal en besmeer die met honing hm heerlijk
vind ik dat, het kan er nog wel bij na mijn ontbijt aan boord vind ik. Ik
zit zo lekker van mijn broodje met honing en mijn koffie te genieten,
neem er gerust nog maar een hoor meneer zegt de vrouw. Een
dan nog mevrouw ze zijn ook zo lekker die harde broodjes voor
al met Honing en graag nog een kop koffie als dat kan. Als we
klaar zijn met ontbijten en koffie drinken ga ik naar de boot om
de klus met de motor te klaren. Ik spring aan boord en haal de om
kisting van de motor weg zodat ik er beter bij kan. Start de
motor en inderdaad hij loopt erg onregelmatig maar dat is een fluitje
van een cent. Na een half uurtje loopt hij als een zijtje en kan de
bekisting weer op zijn plaats gezet worden. Terwijl ik daar mee bezig
ben komen de Stuur en
Tonny met een grote tas met proviand bij zich over de kade aan
gelopen. We
zullen vanmiddag een baai op zoeken als het etenstijd is Meester zegt
de Stuur. Hij pakt de flesjes bier en zet ze in het visbun
van het scheepje dan blijven ze lekker koel. Als
ik het grootzeil hijst trekt de Stuur de fok op en belegt de
fokkenval om de daar voor bestemde kikker. We gooien de boot los
en varen halve wind het haventje uit terwijl ik als de Stuurman aan
het roer zit. Buiten het haventje gekomen ga ik aan de wind varen
tot aan hoog toe. Onder tussen komt de Stuur weer naar achteren
gelopen en gaat naast Tonny zitten terwijl ik op de
wind en als hulp op het vaantje let. Het zonnetje is in die tijd ook
feller gaan schijnen en geeft ons drieën een heerlijk warm
gevoel. De Stuur en Tonny zitten net als ik van het sissende
geluid te genieten wat de boot maak als hij met zijn boeg door het
water snijd. Na een uurtje en veel keer over stag te zijn gegaan,
doemt op bakboord boeg een groot schip op. De Ferry
de Lars Carlsen zegt de Stuur terwijl hij door de
verrekijker kijkt. De Lars Carlsen komt snel nader en word
groter en groter, ik zie op zeker moment dat hij voor ons over gaat
lopen en draait de sloep in de wind. Zodat we stil komen te
liggen de zeilen killen met een zacht roffelend geluid terwijl de
sluitingen over de overlopen glijden. En zo wachtten we dat
de Carlsen voor ons over gaat, op de dekken staan wat passagiers
naar ons te kijken, terwijl we zachtjes naar bakboord verleieren.
Op de buitenbrug van de Ferry staat een Officier in vol ornaat
met een verrekijker naar ons te kijken. Tonny zwaait
met beide armen naar hem maar hij geeft geen teken van leven naar
haar. Als de Ferry voor ons over is stuur ik de sloep
naar stuurboord aan de wind en laat hem een ietsje halve wind
afvallen, zodat we met de kop in de boeg golf van de Ferry zullen
duiken en we niet dwars vallen zo dat alles door de sloep
zal gaan rollen. Even later worden we door de boeg golven op
getild en bijt de kop van de sloep zich er sissend in. Na zo'n
anderhalf uur regelmatig overstag te zijn gegaan, wijst de Stuur
een soort kom met duinen over stuurboord boeg aan en zegt dat we daar
maar eens moeten gaan kijken. Ik laat de boot halve wind over
stuurboord afvallen en stuurt de boot op het te bezeilen punt af. We
naderden de kust die steeds duidelijker word als we in de luwte van de
duinen liggen gooit de Stuur het anker uit. De zon schijnt al zo
intens dat het heerlijk warm is in de kom waar we voor anker liggen
en het is doodstil en geen mens te bekennen. Ik loop naar
het voorschip er liggen mooie gladde lanen van mahoniehout op de
bodem van de sloep die glimmen als een spiegel. Terwijl ik die mahonie
houten lanen staat te bewonderen laat de Stuur de boot verder
naar het strand toe zakken. Ik gooi de piekenval los en laat het
Grootzeil zakken, terwijl Toon het zelfde met de Fok doet.
Tonny geeft me de mand met eten aan die zij die morgen heeft
klaar gemaakt, en een emmer met flesjes Carlsberg die ze
uit het bun van de sloep heeft gehaald die ik weer in het water
van de kom laat zakken zodat ze lekker koel zullen
blijven. Wat gezien de tempratuur van het water geen problemen zal op
leveren denk ik zo. Op het strand legt Tonny een zeil neer wat ze
onder de huif vandaan gehaald heeft. Waar
een bootzeil al niet goed voor is mannen zegt ze tegen ons. Kom
met de luns Tonny zegt de Stuur. U
word op u wenken bedient heren zegt Tonny en begint de tas uit te
pakken en zet alles op het zeil neer. Dus eten we broodjes met
heerlijk beleg en nog en meer lekkere dingen, en drinken daar het bier bij
wat we in de Oostzee gekoeld hebben. De zon word zo warm eerder heet
dat we een shirt aan trekken om niet te verbranden. Zullen we een
stukje het binnenland in gaan vraagt Tonny. Oké
laten we dat doen Tonny zeg ik en klimmen over het duin het daar
achter gelegen landschap in. al wat je ziet is duinen met helm
bramen struiken. Laten
we Bramen zoeken mensen zegt Tonny en toont een emmertje wat ze van de
boot heeft meegebracht. O
daarom nam je die emmer mee zeg ik tegen haar ik dacht al wat moet je
daar nou mee. We zoeken de emmer haast vol met zijn drieën en gaan
daar na naar het strand terug. Daar
kan ik heerlijke bramensap voor de pudding van koken Meester zegt
Tonny als we in het warme zand in lekker in het zonnetje liggen
te bakken. Tegen
de avond zeg ik zullen we zo zachtjes aan op gaan opbreken luitjes het
is tijd om weer naar de Henny-D terug te zeilen. Laten
we dat maar gaan doen Meester zegt Tonny en begint met de Stuur alvast
de spullen weer in de boot te laden.
Ik vouw met Tonny het Zeil op waar op we gelunsd hebben en
stouwt het weer onder de huif. Daarna hijs ik het grootzeil en zet de
Piekenval vast terwijl de stuur met de Fok bezig is. Als de
zeilen gehesen zijn Trekken de Stuur en ik de boot naar het
Achter anker toe en legt het in de kuip van de boot draait het roer
over bakboord en zeilen we halve wind over stuurboord de kom
uit om vervolgens voor de wind met ruime wind op onze thuis
koers te gaan. Na zo'n drie uur verkennen we onze thuishaven en zeilen
er op aan. We draaien het kleine haventje voor de wind varend
binnen, halverwege het haventje loef ik naar bakboord op recht de wind
in en legt de boot stil terwijl de Stuur het anker uit
gooit en de lijn om de kikker vast legt. We laten het grootzeil
en de fok zakken en binden ze op, de Stuur pikt met de
bootshaak de boei op waar de lijn naar het steigertje aan vast
ligt, trekt de boot naar de steiger toe en meert hem af. Zo
mensen weer terug vraagt de havenmeester die op het
steigertje en hoe was u de zeiltochtje heb u het naar de zin
gehad. Het
was uit de kunst meneer we hebben van deze dag genoten, de boot
zeilt prima vertel ik hem. Daar
ben ik erg blij om Meester het zijn ook prima scheepjes er worden er
heel veel van verkocht en ze zijn ook goed zeewaardig je kan er een
aardig stompje mee afrijden. Nou
meneer zeg ik namens ons drieën bedankt voor het lenen van u boot we
hebben een leuke dag gehad. U
bedankt voor het repareren van de Motor Meester u heb hem zeker van
middag niet uit geprobeerd. Dat
heb ik van morgen al gedaan meneer en u kan er van overtuigt zijn dat
hij toen prima liep en dat hij dat blijft doen. Ja
dat zal wel zo zijn als u het zegt Meester ik wens u smakelijk eten
voor straks.Als we aan boord van de Anne komen zit de
bemanning net van het avondmaal te genieten. We schuiven aan
voor een paar sneetjes brood en een mok koffie en praten
honderd uit over de fijne zeiltocht die we met zijn drieën gemaakt
hebben. 's
Morgens in de Mess het is al weer Vrijdag, zegt de Stuur we kunnen
Maandag middag volgens de Botenbaas leeg zijn en dan gaan we naar
Karlstad aan het Vanermeer om mijnstutten te laden
voor Antwerpen. Zeg
Stuur weet jij waar om die mijnstutten van Dennenhout moeten zijn
vraag ik? Ik
zou het niet weten Meester vertel jij het maar. Nou
kijk als zo'n mijnschacht met dennenhout is gestut begint dat
verschrikkelijk te kraken als de zaak dreigt in te storten, en dan
kunnen die mijn werkers snel aan hun stutten trekken. Want het is link
werken in zo'n mijn Stuur vooral als er mijn gas is bloedlink is dat
voor die mensen daarom hadden ze vroeger een vogeltje in een kooitje
dat hielden ze dan omhoog was er gas dan lag het vogeltje gelijk dood
in zijn kooitje. Zo gaat het verhaal onder de mijnwerkers dat je
er heel slimme vogeltjes bij heb, als het kooitje op zeker moment
door zo'n mijnwerker omhoog word gehouden kiept het vogeltje
snel uit zich zelf van zijn stokje af om zo zijn kleine
lieve leventje te redden. Ja
dat zal wel Meester zeker weten Stuur en als je het niet
geloofd vraag het aan zo'n ex mijnwerker die zijn er genoeg in ons
mooie Limburg, zo schoon ons Limburg is dat weet niet ene is er een
liedje. Morgen
heren stapt "Kapt Farben," de Mess binnen
goed geslapen Meester, en hoe was jullie zeiltocht waar bent u
zo al heen gezeild? Het
was erg plezant Kap de boot zeilde perfect we hebben zo'n
drie uur de kust in zuidelijke richting gevolgd, en zijn in een soort
kom voor anker gegaan om te eten en van de zon te genieten. Wel
bij deze nodig ik u allen uit om vanavond met mij een
aperitief te komen drinken, dan kan ik uw verhaal uit
de eerste hand horen. Dat
lijkt ons wel gezellig Kap zegt Tonny wat jij Toon, Meester,
en ze kijkt vragend naar ons en we knikken. Dat
is dan geregeld zegt de Kapt zeg Meester waar heeft u
dat zeilen geleerd? vraagt "Kapt Farben," Op de Kagerplassen bij de jachthaven Het Ford Kap dat ligt
bij Warmond bij Henk van Gent hij was kampioen van
Nederland toentertijd ik heb zes weken bij de zeilschool van
die man gezeild en dat was een hele leuke tijd ik zou het zo weer
over willen doen, ik heb daar dan ook mijn Certificaat
gehaald. En daarna heb ik heel veel gezeild door regelmatig een
boot in het Ford aan de Kagerplassen te huren. Ik wil later
zelf een boot kopen om daar mee als ik met pensioen ben een reis
om de wereld te maken met mijn vrouw maar dat duurt nog wel een
pikheetje denk ik zo.[ Toen nog niet wetend dat mijn toekomstige
vrouw helemaal geen reis om de wereld met zo'n bootje wenste te maken,
maar liever met de sleurhut op pad ging.] Als
we 's avonds met z'n drieën in de salon komen zit de
Kapt, heel sjiek gekleed met een wit overhemd wijnrode stropdas met
daarin wat vermoedelijk zijn familie wapen is geborduurd, in
de oude lerenstoel van de vorige Kapitein op ons te wachten.
Hij staat bij onze binnen komst op en steekt zijn hand naar Tonny
uit, en zegt ik vind het prettig dat u er ben Mevrouw met
zijn bekakte stem en buigt licht naar haar over.
Morgen avond gaat u met de Stuurman en de Meester naar de Dancing
hier op het eiland hoor ik. Ik kan u verzekeren als ik
dertig jaar jonger was de Stuurman
geen schijn van een kans gehad zou hebben om met zo'n mooie vrouw als u
te gaan dansen. Wat een charmeur toch die "Kapt Farben,"
Gezagvoerder van De Henny - D. Hij gebaard met zijn hand naar de stoel
tegenover zich en vraagt Tonny te gaan zitten. De
Stuur en mijn persoontje worden op de stoelen er naast door hem gedirigeerd.
Hij vraagt wat we willen drinken, ik graag een glas
wijn alstublieft Kapt zegt Tonny, geef mij en de
Meester maar een simpel pilsje Kap zegt de Stuur
tegen hem. De Kapt gaat naar achteren en komt even
later met een blad met twee flessen wijn, twee wijn glazen, twee
flessen bier, beslagen van de kou, en twee bierglazen
terug. En schenkt op zijn bekakte toon tegen Tonny pratend ons
glas gedeeltelijk vol. Pakt een van de flessen wijn en laat het etiket
aan Tonny zien. Kijk mevrouw zegt hij tegen haar dit is een
heerlijke volle fruitige toch wel zware "Bordeaux," uit
1954. Of hier heb ik een wat lichtere "Pui de Tomé,"
met een toch o zo heerlijke volle smaak uit 1951 voor u
welke had u gewenst Mevrouw, en dat alles steeds op die bekakte toon
van hem. Geef
mij de laatste maar Kapt zegt Tonny tegen "Kapt Farben,"
een heel goede keus, een heel goede keus Mevrouw u weet een goede wijn
te waarderen. Tjonge wat een slap gelul van die man zeg, de Stuur zijn
mond valt haast open van verbazing wat die man daar allemaal tegen
zijn vrouw staat uit te kramen. Ik ben dan ook blij dat ik de
wacht gelijk met de Stuur heb, die spreekt toch meer mijn eigen
taal. Dus
zeg ik nou Kap ik hou van een goed glas bier en daar is toch
niks mis mee vind ik. Farben kijkt mij aan met een blik van nou
dat zal dan wel zo zijn maar zegt verder niets. Tonny heeft erg
veel plezier in het gebeuren en zit naar de Stuur en mij te
lachen. Plotseling staat "Kapt Farben," op loopt
naar de kast in de salon, en haalt er een mooie fijn gegraveerde glazen
schaal met luxe bonbons en koekjes uit. Houd hem Tonny voor en
vraagt wilt u ook zo'n heerlijke bonbon of koekje mevrouw. Man, Man,
wat een slijmballen waren dat in die kringen zeg. Tonny pakt een
bonbon uit de schaal, en zeg graag ik dank u wel Kapt
en glimlacht naar hem. Het is in tussen elf uur geworden en ik wil een
eind aan deze avond maken. Maar
om half twaalf zegt Tonny het was heel gezellig Kapt maar
ik moet morgenochtend vroeg op, dus de kooi roept. Uiteraard
Mevrouw uiteraard ik vond het ook erg gezellig en heb van de
gesprekken met u genoten ik dank u voor u charmante aanwezigheid
alhier, hij staat op pakt haar hand en drukt er een handkus op. Ik
ben blij als we buiten staan we gaan naar beneden op weg naar onze
hutten en ik wenst de Stuur
en Tonny een goede nacht rust toe. Als ik op de rand van mijn
kooi zit denk ik over "Kapt Farben," na een
wonderlijk man is hij in mijn ogen. Och denk ik deze
mensen van oude Adel leven met wat zijn gedrag van van
avond betreft nog in het verleden, en zien op dat gebied niet in
dat die tijd voorbij is. Dus is hij denkelijk voor
sommige vrouwen aandoenlijk, en zal hij in het verleden met zijn
gedragingen die hij van avond toonde wel succes met de vrouwen
gehad hebben. Op deze wijze is hij ook opgevoed denk ik . Maar buiten
dat is hij een goed zeeman dus heeft hij het roer op een goede
wijze toentertijd omgegooid en is alles wat hem betreft nog op
zijn pootjes terecht gekomen ik laat me achter over op mijn
kussen vallen en slaapt in. De
andere morgen word ik door Jan gepord, goede morgen het is weer tijd
om op te staan Meester schud hij me wakker ik klim mijn kooi uit
en besluit eerst te gaan douchen, maar zak eerst de
Machinekamer in om te kijken of er nog voldoende warm water is want
daar is wel eens wat mis mee op de Henny - D. Even later sta ik
heerlijk onder de warme straal en verman me om er niet al te lang
onder te blijven staan, want de anderen willen ook graag douchen, en
zo groot is de warmwater boiler nou ook weer niet. Na ontbeten te
hebben duik ik de Machinekamer in om wat klussen te klaren waar ik
zo'n beetje de hele Zaterdag zoet mee zal zijn, zo verdien ik
mijn vrije zeildag van
de dag daar voor weer terug. s
Avonds onder het eten vraagt Tonny
hoe ver weg is de Dancing waar
wij van avond naar toe gaan Meester Misschien kunnen we een Taxi
bestellen om er heen te rijden Ik
zal het wel aan de vrouw van de Havenmeester vragen
of zij dat voor ons wil regelen zeg ik zij weet dat beter dan wij ja
toch dan vraag ik gelijk of hij ons ook weer terug aan boord kan
brengen. Als
je dat wil doen graag Meester zegt
Tonny dat lijkt me wel gezellig wat jij Toon zeker weten Tonny.
Dat
is dan geregeld zeg ik dan ga ik mij nu omkleden, en daar na even naar
de havenmeester toe. Als ik van de havenmeester terug komt heeft zijn
vrouw een taxi voor ons geregeld voor de heen en terug reis. Om acht
uur staat de taxi op de kade te wachten we stappen met z'n
drieën in en gaan op weg naar de plaatselijke dancing. Na +- twintig
minuten rijden stoppen we bij een laag stenen gebouw wat naar later
blijkt overal voor gebruikt word. Als verenigingsgebouw voor de
Fanfare, het zangkoor van het eiland en noem maar op. Bij de ingang
koop ik drie toegangsbewijzen en dan kunnen naar binnen. We
zoeken een vrij tafeltje op aan de kant bij de muur de band is bezig
de instrumenten en geluid apparatuur te stemmen en testen. Wat
soms een hoog gillend geluid geeft of ze katten aan het villen zijn.
Na een poosje komt Tonny met onze pilsjes terug en gaat aan ons
tafeltje zitten. De muziekanten zijn blijkbaar klaar met het stemmen
van hun instrumenten en maken zich op om te gaan spelen. Terwijl we
ons biertje zitten te drinken zie ik Jan en Andries op ons tafeltje af
komen. Een
heel goede avond luitjes roept Jan boven het geroezemoes van de
dancing gangers uit. Andries haal jij even vijf potjes aan de bar
vraagt hij het is jouw beurt geloof ik. Tot
uw orders Chef zegt Andries en gaat op weg naar de bar. De
muziek begint te spelen en Tonny staat op en trekt de Stuur
mee de dansvloer op. Aan de Stuur zijn gezicht te zien zit hij
liever aan de pils net als ik dan op de dansvloer rond te draaien. Jan
en Andries hebben hun draai en dans partners gevonden en hoeven niet
aan hun danspartner te bekennen dat ze de danskunst niet machtig zo te
zien. Na de eerste ronde gaan we naar ons tafeltje terug, waar even
later een autochtoon aan Tonny komt vragen of ze met hem
dansen wil. Tonny wil eerst niet maar stemt uit eindelijk toch
maar in. Terwijl ze dansen hebben ze een heftig gesprek met
elkaar op een zeker moment rukt Tonny zich los en komt naar ons
terug gelopen. De man die niet zo nuchter meer blijkt te zijn, komt
met een rood aangelopen hoofd achter haar aan en sleurt haar terug de
dansvloer op terwijl Tonny zich heftig verzet. Ik sta op om die
vent op zijn nummer te zetten over zijn rot gedrag als ik sta
pakt de Stuur met zijn grote op een ham lijkende hand mijn arm beet,
en zegt. Dat
is mijn taak Meester. Hij beent met zijn kolossale lichaam op de
dansvloer af en ik er achter aan de man in kwestie draait de zich
hevig verzettende Tonny met geweld op de dansvloer in het
rond de Stuur is het stel zo dicht genaderd dat hij de man om zijn nek
grijpt en hem van Tonny vandaan trekt, hem los laat en hem zegt.
lazer op jij.
De
man draait zich naar de Stuur om met het schuim op zijn lippen,
balt zijn vuist en slaat de stuur vol in zijn maag we houden
onze adem in en verwachten de stuur in elkaar te zien zakken, maar die
blijft staan als een betonnen paal verbaast staart de vechtersbaas
naar zijn vuist en dan naar de stuur. Dan schiet de grote vuist van de
stuur naar voren en raakt de man met vol geweld op zijn kaak je kan
het ploppende geluid van de klap tot achterin de zaal; horen en
de man gaat KO en blijft bewegingloos op de dansvloer liggen.
Dan komen twee mannen van de dancing toegesneld
En uit een voor ons onbegrepen gesprek met wat
bezoekers, haalt een van de mannen een emmer water en gooit die over
de vechters baas heen zo als je in een wild west film zo vaak ziet gebeuren. De
man op de vloer begint te bewegen en zijn hoofd te schudden staat dan
wankelend op draait zich hoofdschuddend om en strompelt naar de
uitgang waar door hij verdwijnt. Zo zegt Andries die zwaar gestoorde
gek is gelukkig vertrokken. Wat wilde die vent eigenlijk van jou Tonny
vraagt hij als we weer met zijn allen aan ons tafeltje zitten. Ik
zou het niet weten mensen de kwestie is dat ik hem niet kon verstaan
in dat Deense taaltje van hem. Het was de rest van de avond bere
gezellig Tonny danst om de beurt met Jan en Andries, of een
andere mannelijke bezoeker. Terwijl ik met de Stuur blijft
zitten praten die net als ik ook niet zo van dansen houd. Om
een uur speelt het Orkestje hun laatste deuntje van die avond, en
lopen we daarna naar de uitgang om terug naar boord te gaan. Jan
en Andries zijn in geen velden of wegen meer te bekennen ze hebben
zeker een leuk meisje opgeduikeld. Buiten gekomen staat de taxi die
Tonny de Stuur en mijn persoontje gebracht heeft op ons te
wachten. We stappen in en even daar na rijden we het
parkeer terrein van de dancing af het weggetje op dat naar het
haventje gaat waar de Henny- D ligt afgemeerd. 's Maandags
middag varen we de haven van Bornholm uit Koers Noorwegen naar
Karlstad aan het Vanermeer. Dus door de Sont en het Kattengat
naar Goteborg de Gota op en langs Trolhattan naar de sluizen om
het Vanermeer op te varen. Die
sluizen vond ik altijd indrukwekkend in drie keer ging je honderd
vijftig meter omhoog.Boven gekomen varen we het meer op er staat wind
kracht zes en we gaan behoorlijk te keer recht in de wind in
dat zoete water. Daar ik vrij van wacht ben ga ik even naar de
Stuur en Jan op de brug even lekker ouwe hoeren. Henny
dook met haar boeg diep in de golven maar omdat we leeg zijn neemt ze
weinig water over. Alleen moes Jan die aan het roer staat goed op zijn
tellen passen om tussen de prikken te blijven. Prikken zo worden
de takken bossen genoemd die in het water staan als bebakening van het
vaar water, nou ja het was zeker goedkoop voor de Noren dat wel.
Vanmiddag laat zijn we in
Karlstad als alles goed gaat Meester je blijft zeker ook aan boord
vanavond? Vraagt de Stuur aan
mij. Zeker weten Stuur je kan toch geen lekker pilsje of wat dan
ook in dat land kopen. Word weer als vanouds een klaverjasje
leggen met een pilsje of een borrel van ons zelf en dat is ook
gezellig vind ik. Ik ga morgenavond de wal op Meester zegt Jan
bioscoopje pikken en kijken of er wat te versieren valt. Ik heb nog
een liter Bols daar kan je hier in Noorwegen wel wat mee. Ja Jan
zegt de Stuur zeker weten maar deze mooie kikker heeft ook nog wat flessen
Bols en aangezien ik mijn Tonny
heb kan ik vanavond een lekker neutje nemen tijden het
klaverjassen en hou Henny een beetje ruimer van die stuurboord prikken
vandaan. Ai, ai, Sir zegt Jan tegen hem, en belazer me als ik dood ben
mooie kikker dat je daar ben zegt de Stuur
tegen hem. Nou als jullie zo beginnen ga ik maar eens naar
beneden kijken voor een bak maag verschuiving. Ho, ho, Meester mijn
Tonny zet de lekkerste koffie die ik ooit gedronken heb, ja Toon dat
denk jij maar je ben ook bevooroordeeld en ik duik van de brug af. In
de Mess zit Harry van zijn
koffie te genieten terwijl Tonny in de deur opening een praatje
met hem maakt. Ik schenk me een mok koffie in en ga klem in de hoek
van de bank zitten, want Henny heeft het behoorlijk op haar heupen en
probeert de pannen van het fornuis te gooien. Maar Tonny heeft de
schalklatten tussen de pannen gezet en natte theedoeken op de tafel
gelegd. Wat eten we straks Tonny vraag ik onze kokkin.
Aardappels met sperziebonen uit blik een plak boterhamworst ook uit
blik en frambozen pudding toe. Morgen krijgen we weer vlees en
verse groenten maar nu moeten we het met blik doen Meester. Nou dat is
ook te eten Tonny niet dan, zeker weten Meester gaan we vanavond nog klaverjassen.
Ja dat denk ik wel misschien
wil de Ouwe wel mee doen als hij al klaverjassen kan tenminste.
Hij komt uit eindelijk wel uit adellijke kringen maar die
kunnen er ook wat van zou ik zo denken. Maar we zullen het hem
vragen misschien vind hij het gezellig je kan maar nooit weten. Zeg
Harry zullen we een dagje gaan vissen
vraag ik aan hem nou dat lijkt me wel wat Meester. Dan
gaan we met de boot zeilen naar een goede stek, tenminste dat
hopen we. Dan tuig ik de
boot op als jij de zeilen en toe behoren opzoekt. Dat doe ik Meester
dan hoor ik wel wanneer we gaan misschien wil de Stuur ook
wel mee. We zullen het aan hem vragen Har
Door de patrijspoort kijkend zie ik de Kapt langs lopen op weg
naar de brug. Kom ik zal ook maar eens naar de Machinekamer
gaan zeg ik om Anton af te lossen. Ja en ik zal
Jan maar van zijn wacht gaan verlossen zegt Harry dan is die
ook voor een paar dagen van wacht lopen af, want om een uur of zes
zijn we er volgens de Kapt wel. Beneden in de Machinekamer is Anton
het journaal aan het bijwerken, en kijkt op als ik in zijn blikveld
kom. Alles is gedaan Meester alleen de koppakking van cilinder vier
blaast een heel klein beetje. Nou dat word dan een klusje voor morgen
voor ons beiden denk ik zo Anton Dan kunnen we overmorgen
gaan zeilen en vissen Harry gaat al mee dus als je zin heb graag hoe
meer zielen hoe meer vreugd zeg ik maar. Zeg Meester wat
vangen ze hier zo al voor vis als je al wat vangt natuurlijk.
Snoek en Snoekbaars, en karper dacht ik en een soort wit vis waar van
ik de naam niet kan. Ik neem in ieder geval mijn werphengel mee
voor de snoek en de snoekbaars en de karper niet te vergeten. En op
die witvisjes kan ik ook met de werphengel passief vissen ja toch. Ik
tekent het journaal af als Anton naar boven gaat en laat mij
in de oude stoel in de werk ruimte zakken. De Machinekamer is al een
aardig stuk geverfd door de dekploeg, en het ziet er al een stuk
beter uit als daar voor. Maar over ruim twee maanden komt de Kapt
eigenaar weer terug met zijn eega. En aangezien je weet hoe de hele
boel er voorheen uitzag, zou na terug keer van de eigenaar de boel wel
gauw weer in de staat verkeren als toen ik in Great Yarmout
aan boord kwam. Dus zal ik tegen die tijd maar zien dat ik een andere
Coaster onder mijn kont krijgt waar de Kapt wat meer om het onderhoud
van zijn schip geeft Ik sta op en ga eerst maar eens naar de
blazer van cilinder vier kijken, wat inderdaad een klusje voor morgen
blijkt te zijn. Ik loop terug naar de Werkruimte als de Motor
langzamer begint te draaien ten teken dat we onze eind bestemming
naderen. Ik klim naar boven en ga aan de reling hangend naar de
naderende kade staan kijken. Er liggen van allerlei soort schepen
aan de kade waar van veel Hollanders. We gaan langs de Clotilda-
M waar ik nog als tweede op gevaren heb maar ik zie geen
bekenden aan dek. Ik besluit in de avond even op de Clotilda te gaan
buurten om te kijken of er nog bekenden zijn uit de tijd dat ik er op
voer. Achter de Clotilda is een lege plek aan de kade waar we moeten afmeren.
Na wat achter en voor uit gemanoeuvreerd te hebben liggen we
afgemeerd. De Kapt staat op de stuurboord vleugel van de brug hij
kijkt naar beneden een zegt u kunt de boel stoppen Meester doen we Kap
en ik zakt naar beneden de Machinekamer in. 's Avonds wip ik even naar
de Clotilda over het blijkt dat de eerste Meester en een matroos Theo
geheten plus de Kapt nog over zijn van de bemanning toen ik er nog op
voer. De Meester vertelt dat de Kapt nog steeds even chagrijnig
is als toen. Maar zoals ik al wist hebben de Machinisten weinig last
van hem alleen dat hij nog altijd op het eten wil beknibbelen of
hij de eigenaar van het schip zelf is. Na een paar borrels met de
bemanning gedronken te hebben de Kapt had ik nog niet gezien ging ik
naar boord terug. In de Mess zitten
Tonny, De Stuur, en Harry al op me te wachten om te gaan klaverjassen.
Wat met een Tig flessen Carsberg en een borrel erg gezellig werd na
drie partijen komen de Stuur en ik er achter dat we de verliezers
zijn. Wie wil er nog koffie vraagt Tonny nou Mevrouw dat zou mij
heerlijk smaken komt "Kapt Farben," de Mess binnen.
Heeft u vroeger op de Clotilda die achter ons ligt gevaren Meester?
vraagt de Kapt aan mij, ik zag u tenminste aan boord van dat schip
gaan. Inderdaad Kap gaf ik toe ik was toen tweede Machinist maar
er zitten niet erg veel oudgedienden meer op. Alleen een matroos de
toenmalige eerste Machinist en de Kapt wat een eerste klas maaglijder
is en volgens de bemanning van nu nog is. En om dat hij zelf
misselijk word als hij aan eten denkt, denkt hij dat zijn bemanning
aan de zelfde kwaal lijd . Zodoende had hij toen ik er nog opvoer voor
de Kerst twee kippen besteld voor acht personen we aten ons een
vette bek die eerste Kerst
dag. Maar de Kok behoort toch de bestellingen te doen Meester daar
bemoei je toch als Kapt toch niet mee die heeft toch wel wat beters te
doen denk ik zo. Ja Kap maar hij denkt daar schijnbaar anders over.
Terwijl we zitten te praten komt Tonny met de koffie koppen binnen en
zet voor iedereen een kop neer. De Kap krijgt zoals gewoonlijk een kop
en schotel voor hem op tafel gezet. Ze gaat terug naar de kombuis en
komt terug met de koffie pot. Wil u een kop koffie Kapt
vraagt ze aan hem terwijl ze het al voor hem in schenkt. Graag Mevrouw
dank u wel zegt Farben tegen haar als ze de koffiepot nadat ze voor
hem ingeschonken heeft op tafel terug zet. Nou zie ik de Stuur denken
wat heeft die man wat wij niet hebben wij mogen mooi zelf onze koffie
inschenken. Als ik de andere morgen op stond schijnt het zonnetje door
de patrijspoorten mijn hut binnen. Dat word een mooie dag zo te zien
in de Mess zitten de mannen hun ontbijt te nuttigen. En zijn in een
gesprek gewikkeld over de inspectie van de winchlijnen dat moet
gebeuren van het Ministerie van Arbeid, wat de Kapt net voor hij ging
ontbijten van twee heren van het Ministerie van Arbeid te horen had
gekregen eerder mocht er niet geladen worden. Hoe laat komen die
gasten aan boord Kap vraagt de Stuur , geen idee Stuurman dat hebben
ze er niet bij gezegd. Nou laten we ons borst maar nat maken Kap
de lijnen van de winches hadden allang vervangen moeten worden.
Verleden reis heb ik dat nog tegen de Kapt eigenaar van dit scheepje
gezegd, maar dat kon nog wel even zei hij. We hoefden alleen de
werkboot maar met de lijnen binnen te draaien zei hij, op alles werd
hier beknibbeld zoals we deze reis van Great Yarmouth tot hier wel
gemerkt hebben het is er geregeld komen kluizen hier aan boord. En
reken maar dat het nog niet het laatste ongemak geweest is voor de
Kapt eigenaar en zijn vrouw weer terug zijn. Nou Stuur voor dat
gebeurt ben ik ook weer weg het lijkt me niet zo prettig om met zo'n
stelletje te varen zeg ik tegen de Stuur . We zullen eerst maar eens
afwachten heren zegt "Kapt Farben," dan, wie weet valt het
nog mee. Die Noorse Inspecteurs kennende zal dat wel tegen vallen Kap zegt
de Stuur dan. Op de Vanessa-P waar ik op zat lagen we
twee jaar geleden ook hier in Karlstad en toen werden de lijnen ook
afgekeurd. En afgezien van de laadtijd die we kwijt waren kregen we
ook nog een fikse boete, en die lijnen waren stukken beter als de
winchlijnen van dit schip zeker weten. Als die twee weer aan boord
terug komen kunnen ze wel met hun pis naar de Dokter gaan zegt
Anton dan. Die moeten zoveel betalen dat ik me af vraagt of ze het
geld daarvoor nog wel op kunnen hoesten. Wel heren dat is
zeker onze zorg niet ik zou zeggen aan het werk dan maar zegt
"Kapt Farben," tegen ons terwijl hij opstaat om de Mess
te verlaten. Ik ga met Anton de Machinekamer in om de kop van
cilinder vier te trekken en de koppakking te vervangen. Na dat de kop
er af was maak ik met een dot poetskatoen mijn handen schoon en
ga naar boven om een luchtje te scheppen. In het midscheeps is de
dekploeg bezig de lijnen van de winch af te draaien, Terwijl de
lijnen van de achter winch al op het dek liggen en door twee mannen
van het Ministerie worden bekeken. De Stuurman komt naast mij hangen
en zegt nou de zaak word mooi afgekeurd Meester. Ik ben al naar de
Kapt geweest en die is de wal al op om nieuwe lijnen te gaan
bestellen. Man wat een
troep op dat bootje we hebben iedere dag wel wat gehad. Gelukkig is
het steeds goed afgelopen maar soms toch kantje boord. Ga jij er ook
af als de oude Kapt weer terug komt, ja zeker weten Stuur voor je het
weet is het weer het oude liedje. Nu komen er nog nieuwe spullen ter
vervanging, maar als die man terug is gaat hij natuurlijk weer op
alles beknibbelen als hij de kans krijgt zelfs op het eten denk ik zo.
Hoofdstuk 3 ,Een venijnige kleine Windhoos,” Ik
denk dat ik een poosje vakantie ga in Spanje ga houden. daar
zou ik nou nooit heen gaan Meester met die "Franco," daar aan
het bewind ze gooien je zo de bak in als je niet uit kijkt. Ik
ben er al menig maal geweest Stuur maar ik heb nog nooit last gehad. Nou
ja ik heb een kennis met zijn vrouw en kinderen daar wonen, die man
is Ltn bij de Cardia Civiel, ik ben daar bij die mensen
al een paar keer te gast geweest en heb het daar erg naar
mijn zin gehad. Hun adres kreeg ik van de tweede Meester Van de
Anja-C waar ik op zat, hij was ook een Spanjaard en het was
een neef van die Ltn Als ik nu naar Spanje ga kijk ik of ik
daar een huisje kan kopen dat lijkt me wel wat.
Waar
in Spanje is dat dan Meester Calpe heet die plaats Stuur het is een
klein vissersplaatsje. Ik vind het daar erg fijn toeven ik heb de laatste
keer met zo'n typisch Spaans houten vissersscheepje de
"Pastor Ferrar," was de naam een reisje van
een dag mee gemaakt wat ik erg leerzaam vond. Die mensen hebben een
heel andere stijl van vissen dan wij Hollanders. En ik maakte het bij
die mensen om dat ik ook netten kan boeten, lijnen splitsen, en ook nog vis strippen. En toen ik de
oliepomp van dat krakkemikkige motortje in dat scheepje had
gerepareerd, die het al tijden niet goed meer deed kon ik geen
kwaad meer bij ze doen. Alleen versta ik geen woord Spaans het was
alleen gebaren taal maar dat lukte ook wel op den duur. Als het
me lukt daar een huisje te kopen ga ik een cursus Spaans doen
dat is wel zo makkelijk denk ik zo. En nu ga ik weer eens in de tempel
der machinerieën om mijn tweede en enigste monnik bij te staan in de
retretre kop monteren. Na dat Anton en mijn persoontje de kop met alle
toe behoren op cilinder vier geplaatst hebben is het zo zachtjes aan
ketens tijd geworden.In de Mess is het een drukte van belang er word
druk over de afgekeurde lijnen gediscuteerd.
De een vind het flauwe kul en economisch niet verantwoord wat die
Noren uitvraten.Terwijl de andere het weer erg goed van die Noren vind
omdat de veiligheid van de mensen boven alles gaat vinden zij. Nou
mannen zegt de Stuur jullie
hebben wat mij betreft allemaal gelijk, maar vanmiddag komen de nieuwe
lijnen aan boord, en die moeten dan even om de winchtrommels gedraaid
worden. En aangezien het nieuwe lijnen zijn is de veiligheid van jullie
nu zeker gewaarborgd, en economisch gezien kunnen we dan
ook weer verder en nu wens ik jullie een smakelijk
eten. Als we zitten te eten komt "Kapt Farben," De Mess
binnen. Goede
middag mijne heren groet hij eet u smakelijk en dat het u wel
bekome wat ik niet betwijfel met zo'n fameuze kokkin, en hij maakt een
haast onmerkbare lichte buiging naar Tonny toe. Die zich op haar
beurt weer haast om voor hem op te scheppen Dank u Mevrouw het eten
zal mij nu nog lekkerder smaken zegt hij met zijn zalvende stem tot
Tonny, die zoals gewoonlijk een rood hoofd krijgt van Farbens
complimenten. Terwijl
Farben zijn vier sterren act op voert met zijn mes en vork, zegt hij
tegen de Stuurman. Wel Stuurman als alles goed gaat kunnen we morgen
laden en hoop ik Dinsdag hier weer weg te zijn, op weg naar Antwerpen. He
ja en als we in België zijn kunnen we heerlijk van dat Belgie,se bier
gaan genieten zaligggg Kap.
Maar eerst gaan we vissen en een zeil tochtje maken het gaat toch nog
wel door Meester? Zeker
weten Stuur ik ben de
wal al op geweest om een hengel te kopen een goed hengeltje trouwens en
de prijs viel me nog al mee. Zoek jij dan even de zeilen van de
werkboot in het voor onder op, volgens Andries moeten ze daar ergens in
een kast liggen de mast ligt op het achterdek gesjord maar dat zul jij beter
weten dan ik. Dan kunnen we hem morgen optuigen als je de boot
tenminste niet nodig heb? Nou nee
we hoeven even niet buitenboord te tjetten dus kunnen we de boot
morgen zeil klaar
maken. Dan kan ik daarna ook een hengeltje gaan verhapstukken als je me
even verteld waar ik moet zijn, want zonder hengel kan je slecht vissen.
Dan kunnen Harry en Anton gelijk met mij mee om een hengel te kopen
want die hebben er natuurlijk ook geen. Vergeet
geen kunstvisjes te kopen Stuur en kleine aasvisjes voor als we in
een riet kraag gaan liggen vissen. Neem ook twee ankers mee een
voor en een achter zo dat de boot niet gaat draaien als we liggen te
vissen. En het bier natuurlijk niet te vergeten en wat te eten zal ook
wel gemakkelijk zijn op zo,n visdag, dat kan jij mooi met Tonny regelen zo
komen wij de dag wel door ja toch? De andere dag begin ik de boot op te
tuigen met de spullen die de Stuur en Andries voor mij klaar
gelegd hebben. Eerst laat ik met behulp van Harry de mast door de
voordoft tussen de mastklampen zakken dan steek ik de bouten
door de gaten, die ik in de Machinekamer opgezocht heb om dat ik de
originelen los moest branden zo verroest als die waren die Ik merk
dat er al heel lang niet met het spul gezeild is alles gaat even stug en
stroef. Als de verstaging vast gezet is en op gespannen niet te los en
niet te vast ben ik klaar met het zeil tuig van de boot.Het bootje heeft
een torentuig de zeiltjes zijn in goede doen alleen een beetje smerig
maar een kniesoor die daar naar op lette. Na alle blokken en
vallen nagekeken te hebben, van het buitenboord motortje een 5 pk
Thomson en ik de sproeier heb schoongemaakt laat ik hem proef draaien en
is de boot klaar voor een
dagje zeilen en vissen. Hoe laat gaan we morgenochtend weg Meester vraagt de Stuur.
Wat
denk je van een uur of vijf vraag ik aan dan hebben we een lange dag
voor de boeg. Oké
dan gaan we een beetje bijtijds te kooi dan zijn we bij de pinken als de
vis bijten wil. De andere morgen schiet ik om vier uur mijn kooi uit en kijk door
de patrijspoort naar buiten wat voor weer het is. Het is droog en een
het bleke licht van de door schietende zon spettert in het haven water.
Ik kleed me aan en duik de Machinekamer in om de hulpmotor voor van dag
van diesel en smeerolie te voorzien. Na deze geklaard te hebben ga
ik naar boven om te eten,
de vissers in spe zitten al aan hun ontbijt. Morgen Meester het
weer ziet er goed uit zegt de Stuur met een half volle mond. Het kan niet beter Stuur zeg ik, een mok koffie inschenkend mijn
eerste levens behoefte voor deze dag uit de door Tonny,s klaar gezette
koffie kan. Ik slurpt met genoegen uit mijn mok als Tonny de Mess binnen
komt met gebakken eieren, spiegel en om en om gebakken. Als ze het
bord met een spiegelei voor mij neer zet zegt ze. Alstublieft Meester en
eet smakelijk. Ik zeg regen haar ik dank u wel mevrouw een eitje door u gebakken
zal mij verrukkelijk smaken, het verschil met Farben is dat ze nu niet
tot in haar nek kleurt maar hartstochtelijk vuile slijmerd tegen me
zegt. Nou nou Ton zegt de Stuur tegen haar waar zijn je manieren Meisje,
en vertel me eens wat heeft onze Gezagvoerder Farben wel, wat de Meester
en wij allemaal niet hebben nou? Maar daar geeft ze maar geen
antwoord op en met een op geheven hoofd verlaat ze de Mess naar de
kombuis toe. Nou zeg ik als ik klaar met mijn ontbijt ben, ik ga mijn
visspullen maar eens bij elkaar zoeken tot zo meteen mannen. Als ik in
mijn hut kom duik ik in de la van mijn bureau [ja mensen ik heb
een bureau gelijk een ambtenaar op deze boot, en vist er een oud sigaren
kistje uit Bol nak staat er op het deksel op de plaats waar de K
van knak moest staan zit een brandplek van een brandende sigaar van mijn
Opa van wie dat kistje geweest is . Na zijn dood kreeg ik het van mijn
Opoe om dat je altijd met hem ging vissen zei ze tegen me. Ik opent het
doosje en daar liggen ze de kunstvliegen en visjes gekochte maar de
meeste door hem zelf gemaakt. Zijn lievelingsvisje ligt links in
het kistje gemaakt van vier houtjes iets groter dan een lucifer
midden tussen die vier houtjes loopt een katoenen draadje naar achteren
aan het einde achter heeft hij een dregje geknoopt. Aan de voor kant zit
een koperen oog en een vis loodje er vlak achter, om het geheel heeft
hij een rode katoenen draad gewikkeld. Ik pak het visje liefdevol uit
het kistje en zie in gedachten mijn Opa als we in een gehuurde roeiboot
op de Reeuwijkse plassen drijven, het visje aan zijn werphengel met een
rail molen bevestigen. Hij laat het visje achter de boot weg
drijven en zet de lijn op
de slip, en duwt de hengel tussen de boot en de achterdoft vast. Zo zeun en non een lekker bakje pikheet zegt hij tegen mij. Daar
ik alleen een vaste hengel heb moet ik toch wachten tot de ouwe man met
zijn werphengel stopt, om dan ergens in een rietkraag te gaan
liggen om ook de vaste hengel ter hand te nemen, naast zijn werphengel
dan die hij voorziet van een dikke worm. Voor de paling zeun zegt hij tegen me. hij Ik schenk hem een mok
koffie uit de stenen Bolskruik met daarom heen een oude wollen sok
in.[dan blijft de koffie lekker warm van een thermosfles hadden we in
die tijd nog nooit van gehoord ]. Daar de koffie door mijn opoe gezet is
lijkt het wel teerwater en zo bitter als gal. Dus sla ik mijn mok maar
over voor dat mijn maag naar gallemieze
gaat. Mijn Opa schijnt daar in het geheel geen last van te hebben
en zit luid aan zijn mok te slurpen terwijl hij met iedere slok luid
ehhhhh zegt. Na een kwartiertje begint zijn hengel
te zwiepen snel trekt hem tussen de doft vandaan en roept. Dat is een snoek zeun en begint de lijn voorzichtig binnen te
draaien. Na een half uurtje moorden heeft hij de snoek die negen pond
weegt binnen. Vol trots kijkt hij me aan als hij de snoek triomfantelijk
in de hoogte houd. Dat
zelfde aasvisje hou ik hier vast dat me aan mijn Opa doet denken al is
hij er helaas niet meer wat zou ik graag nog een keer met hem zijn gaan
vissen op de Reuwijkse plassen. Ik stop het visje in het kistje terug en
doe het in de tas met mijn andere visspullen vast besloten een kans met
het aasvisje van mijn Opa te wagen. Met mijn Jack aangetrokken pak ik
mijn visspullen op verlaat mijn hut en ga naar boven. Waar de Stuur al
bezig is de spullen in de boot te laden. Geef maar hier Meester dan geef ik alles een plaatsje in ons jacht zegt hij zijn handen naar
mijn spullen uit stekend. Terwijl we zo bezig zijn komen Harry en Tonny met de proviand
aanslepen. Ik hoop wel dat er nog plek voor een visje over blijft Stuur? Dat zal wel meevallen Meester ons Jacht is groot genoeg dacht ik
zo. Onder tussen komt Harry met zijn visspullen aan lopen mag ik de Fok
bedienen als we vertrekken Meester? Laat meneer Pastoor jou maar bedienen mooie kikker zegt de Stuur
tegen hem. Alleen als hij jou ook bediend waardeloze Stuurman zegt
Harry. Nou mannen jullie zijn nou niet te wacht hoor zegt Anton dan, dus
oogjes toe en mondjes dicht He. Onder tussen is alles in de sloep gestouwd en kunnen we aan
vertrekken gaan denken. Ik begin het Grootzeil op te halen en Harry de
Fok, Andries hangt over de verschansing heen naar dat
tafereeltje te kijken. Als ik naar boven kijk zie ik
"Kapt Farben," in zijn rood met Goud gestikte
kamerjas aan dek staan. Zijn haren zijn nu netjes gekamd zijn bril staat
recht op zijn neus en hij draagt een witte pyjama broek onder zijn
kamerjas, hij ziet er nu wel anders uit als toen hij de
Machinekamer in kwam met water in de diesel. Wel mijne heren ik hoop dat jullie veel vis vangen dat zal
dan heerlijk smaken als het door onze kok gebakken word, en
keek daar bij naar Tonny die ook op het dek stond om de Stuur gedag te
zeggen .En voor de rest wens ik jullie een prettige dag toe mijne heren
en na dat gezegd te hebben schreed hij naar de salon terug. Als iedereen in de
boot zit roep ik voor en achter los jongens de Stuur gooit achter los en
springt de boot in terwijl Harry de voor tros in de boot gooit en
er achter aan springt. Als we uit de luwte van het schip en de kade
komen pakt de wind die hoogstens kracht twee is onze zeilen die
zachtjes beginnen te killen. En voor de wind zeilen we bij de Henny- D
weg. Voor de wind gaan we de haven uit en als we buiten de haven
zijn gaan we halve wind stuurboord uit. Ik geef de Stuur het roer en ga
mijn hengeltje gereed maken. Ik doe het kunstvisje van mijn Opa dat ik
uit het sigaren kistje heb
gehaald aan de wartel van mijn hypermoderne werphengeltje waar een mooi
klein molentje aan zit, dat is wat anders dan de grote
railmolen van mijn Opa toentertijd. Rustig laat ik het aas achter de
boot weg drijven. Als het aasvisje ongeveer tien meter achter
de boot op en neer wipt zet ik de lijn op de slip. Na een
kwartiertje gezeild te hebben zien we op stuurboord boeg een motorbootje
met twee mannen er in die een net aan het in halen zijn. Als we dichter
bij komen gebaren ze dat we achter hun om moeten varen. Ze hebben een zweefnet van zo,n tien meter in het water voor de
boeg hangen zeg ik tegen de Stuur daarom moeten we achter hen
langs. Het lijkt wel een vleetlogger waar ik vroeger op voer alleen
hadden wij dan zo.n drie km lang honderd er twintig netten voor onze kop
hangen. Als we achter het bootje langs varen zwaaien de twee mannen naar
ons en wij zwaaien terug. Ik zie wel wat vis in het net zitten maar kan
niet ontdekken wat voor vis het is.
Als we zo,n twee uur halve wind gezeild
hebben heeft mijn hengeltje nog geen teken van leven gegeven.
Over stuurboord komen mooie rietkragen in het zicht met naar boven
op gaande heuvels Begroeit met dennenbomen en grote zand plekken er
tussen door. Wat denk je Meester vraagt de Stuur zullen we daar bij die
uitloper voor die rietkraag gaan liggen dan zitten we lekker in een
oppertje. Dat is goed Stuur ik denk nog twintig minuten dan zijn we er met
deze snelheid dan draai ik even mijn hengeltje binnen en ik pak mijn
hengel tussen de achterdoft vandaan
en begint hem binnen te draaien. Het visje zwemt op en neer
zwemmen met schokkende beweginkjes wat rode flitsen in het water geeft.
Als het visje zo,n zeven meter van de boot verwijdert is zie een schaduw
achter het visje opdoemen, en even daarna komt de ruk van het vast slaan
van de Snoek of Snoekbaars terwijl de top van de hengel haast tot het
water oppervlak door buigt.Hij breekt gelijk naar bakboord uit en
de slip slipt snel tikkend uit. Plotseling valt de lijn slap en
razend snel draai ik de lijn weer strak want als de Snoek de kans krijgt er
met een slappe lijn vandoor te gaan breekt de lijn geheid af
als hij hem strak trekt. Als ik de lijn weer strak heb begint de
snoek met heen en weer
gaande bewegingen van de boot af te zwemmen. Ik geef hem loos maar zorgt
dat de lijn strak blijft zo dat hij niet breekt. Op een zeker moment
begint hij rustiger te zwemmen terwijl ik hem goed in de gaten houd.
Plotseling zwemt hij naar de boot terug en breekt naar stuurboord uit,
maar daar ik de lijn weer strak heb lukt hem dat ook niet. Vol
spanning zitten de jongens te kijken wie deze strijd gaat winnen . Maar
van mijn Opa heb ik toentertijd geleerd hoe je een snoek moet drillen.
En na een half uur heb ik hem op een meter van de boot gehaald en hou
mijn lijn angstvallig strak zo dat hij me geen kooltje kan stoven.
Uiteindelijk schept de Stuur hem
in het schepnet en zijn de jongens in hoera stemming. Het is een snoek
van elf pond ik pak het bijt stokje en doe dat in de bek van de snoek,
zo dat ik de dreg van het aasvisje zonder dat hij in mijn vingers kan
bijten, met het daar voor bestemde tangetje uit zijn bek kan halen
. Als ik daar mee bezig ben zie ik nog twee haken in zijn bek zitten ten
teken dat hij al twee keer ontsnapt is dus een uit gekookte jongen of
meisje deze snoek alleen zal hij nu de bakpan in gaan. Ik leg het
kunstvisje zorgvuldig in het sigaren kistje terug eens te meer heeft het
door mijn Opa gemaakte kunstvisje zijn vakmanschap bewezen.Als we de
snoek binnen boord hebben koerst de Stuur naar een kom in de rietkraag
aan zo dat we in een oppertje kunnen liggen tijdens het vissen. Aan de
rand van de kom gekomen gooit de Stuur
het achter anker over boord en laat de anker lijn rustig
door slippen. Harry die voor in de boot klaar staat wacht op een seintje
van de Stuur om het voor anker in de plomp te gooien. Weg anker Harry zegt de Stuur en Harry gooit het anker het water
in als dat gebeurd is trekt de Stuur de achterlijn strak en kunnen we
gaan vissen. Ik maak mijn lange werphengel van +- vijf meter lang klaar
dan kan ik alle kanten op. En de rest van de bemanning evenzo als ieders
snoer in het water ligt en de dobbers recht op staan, schenkt Harry een
mok koffie voor ieder van ons in. En krijgen we een lekkere belegde
boterham van hem er bij. Na dat we een poosje op onze dobbers
zitten staren begint de Stuur zijn dobber steeds tot aan het rode
topballetje in het water te verdwijnen. Voorzichtig pakt hij zijn hengel op
en wacht gespannen af wat de vis gaat doen, iedereen in de boot houd
zijn adem in. Plotseling verdwijnt de dobber helemaal onder water en
slaat de Stuur hem met een
korte tik vast en de vis wil er met hoge snelheid met zijn dobber
van door. Tikkend draaide de slip af terwijl hij de slippende lijn af en
toe naar zich toe haalt door de hengel rustig naar achter te trekken. Nu
begint de snoekbaars of karper heen en weer te zwenken steeds verder van
de boot weg Terwijl de hoeveelheid lijn op de Stuur zijn trommel
steeds dunner word. Als de
lijn slap valt begint hij de lijn snel in te draaien die op een zeker
moment weer zo strak als een harpsnaar staat. Weer gaat de lijn in
de slip en zwemt hij richting de rietkraag wat natuurlijk niet de
bedoeling is anders verspeelt hij de vis. Dus begint hij de hengel met
korte treiterende stootjes van de rietkraag weg te halen. De vis
probeert naar rechts uit te breken de Stuur laat hem eerst zijn
gang gaan zodat de vis bij de rietkraag vandaan zwemt. Als de vis uit de
gevaarlijke zone is begint hij hem langzaam naar de boot toe te halen.
Je kan zien dat hij moe begint te worden, na dat prachtige stukje dril
kunst van de Stuur. Tien meter van af de boot probeert de vis over de
lijn heen te draaien om zo los te komen maar de Stuur draait de lijn
strak naar zich toe. En eindelijk zien we hem boven water komen een
snoekbaars van zeven pond naar later blijkt. Hij probeert nog een keer
weg te komen door te gaan zigzaggen maar hij krijgt geen kans meer van
onze Stuurman. En als hij uitgeput naast de boot ligt schept Anton hem
in het schepnet binnenboord, met de snoek mee hebben we al een lekker
maal vis gevangen. Om een uur of een hebben we allemaal heel leuk
gevangen, Harry een Brasem en een kleine Snoek, Anton een Karper een
Snoekbaars en een soort wit vis waar we de naam niet van weten. En ik
twee Brasems wat we in de vissersmond vloermatten noemen en een karper
en mijn Snoek in het begin niet te vergeten.We halen onze visspullen
binnen boord en gaan eerst maar eens een hapje eten, aangezien we al
aardig wat flesjes Tuborg achter de kiezen hebben is een bodem in onze
magen wel gewenst. Nou hoeven we ons om de Stuur niet ongerust te maken
die heb ik nog nooit met een stuk in zijn kraag gezien terwijl hij
toch flink wat flesjes Tuborg naar binnen gekieperd heeft.
Zo zitten we lekker in het zonnetje ons brood met lauwe koffie of
bier met de temperatuur van het water waar zij in hadden gehangen te
genieten. Wat denk je Meester vraagt de Stuur hebben we genoeg vis denk je dan kunnen we straks nog
een eindje zeilen. Doen we doen Stuur dan kunnen we zo meteen de visspullen op
gaan ruimen als we klaar met eten zijn. Ik zit lekker op de
achterdoft in het zonnetje terwijl de anderen ook zitten te knikkebollen
van de warmte en het bier. Ik sluit mijn ogen en laat het zonnetje zijn
werk doen. Heel in de verte hoor ik een speedboot zo te horen een
behoorlijke grote naderen. Wat wel vreemd is het lijkt wel of hij van
boven de berg achter het riet komt, dat zal wel van het bier komen denk
ik terwijl het geluid steeds harder en harder word en steeds dichter bij
komt. Iedereen in de boot is nu klaar wakker we horen de boot met
donderend geluid door het riet ergens dwars van ons komen varen. Hou je vast mannen schreeuwt de Stuur O God ik hoop dat hij ons
niet overvaart want dan zijn we er geweest. Ondertussen is het geluid oer verdovend geworden en horen we het gekraak
van scheurend riet dat uit elkaar geperst word. En zien
het riet hevig heen en weer bewegen, terwijl het
gegier oer verdovend word. Met angst vertrokken gezichten staren we naar
de plek waar we hem verwachten. Zo,n tien meter achter ons
breekt het met oerverdovend geraas door de riet kraag heen en krijgen
wij de speedboot te zien. Verbaast staren we naar de vermeende Speedboot
dat een kleine windhoos blijkt te zijn die draaiend en tollend met
allerlei stukken hout van kleine bomen, riet en water opzuigend over
het meer schiet om na zo'n honderd meter verder door al het hout, riet
en water in zich als een plumpudding in elkaar te zakken. Verbaasd
zitten we naar de plek te kijken waar de betrekkelijke kleine hoos die toch
o zo gevaarlijk is als je hem op zijn weg tegen komt in elkaar zakt
en je even later niets meer ziet dan wat afgebroken takken en wat
riet. Oei zegt Harry dat scheelde niet veel of hij had ons leggen gehad
je moet er maar niet aan denken als die over ons heen gewalst was.We
ruimen de visspullen op en dan wil ik als we daarmee klaar zijn even op
de wal gaan kijken waar die hoos door heen geraasd is. Als we daar
mee klaar zijn halen we de ankers voor en achter binnen, en wrikten de
boot naar de kant waar we hem vast leggen aan een halve boom waar van de
bovenste helft door de hoos is afgerukt. We stappen de wal op en zien
een geul van zo'n tien meter breed naar boven de helling oplopen, waar
geen hele boom of struik meer staat alles is door de hoos uit de grond
gerukt of zwaar beschadigd. Nou Meester die heeft goed huisgehouden man wat een kracht
heeft zo'n ding en dan was het nog maar een kleintje laat staan als het
een grote is. We volgen het spoor helemaal tot boven aan toe, als we daar
boven aan komen houd het spoor van vernieling plotseling op. Hier is hij
zeker begonnen zeg ik maar waar komt zo,n Hoos nou vandaan. Ik zou het ook niet weten zegt Anton, ik denk dat hij uit de
lucht komt vallen een kwestie van koude en warme lucht misschien? Dat is mogelijk Twee zegt de Stuur maar helaas weet ik er het
fijne ook niet van anders zou ik het haar fijn voor jullie uit de doeken
doen. Maar zullen we naar beneden naar de boot gaan en nog een heerlijke
fles Tuborg nuttigen op de goede afloop van wat we zeker wel een
avontuur mogen noemen.We stemmen eens gezind met het voorstel van onze
Stuurman in en beginnen de helling af te dalen op naar de Tuborg.
Beneden gekomen haalt de Stuur vier
flessen Tuborg uit de emmer die naast de boot aan een lijn in het water
hangt om het koel te houden, het is wel geen koelkast maar het kon er
mee door. We gaan in het zand liggen terwijl de Stuur
als een ervaren Kastelein de flessen opent waarvan we de inhoud
prompt in onze magen laten verdwijnen. Na ieder nog drie biertjes
gedronken te hebben is de voorraad er door heen en besluiten we naar de
Henny- D terug te zeilen. Ik spring in de boot en begin het
grootzeil omhoog te trekken terwijl Harry de fok weer voor zijn
rekening neemt. Na de piekenval en fokkenval goed aan gehaald te
hebben zijn we klaar voor vertrek. De Stuur gooit achter los en springt
in de boot terwijl Anton hem voor los gooit en de boot voor flink
afduwt voor hij in de boot springt . Heel langzaam drijven we af
wachtend tot de wind onze zeilen te pakken krijgt en als de zeilen
beginnen te killen laat ik de boot halve wind naar
stuurboord afvallen. Als de wind ons goed te pakken heeft
ga ik strak aan de wind op het ons te bezeilen punt af. Ik zou nou maar naar de overkant van het vaar water gaan Meester
zegt de Stuur dan kunnen van daaruit koers op de haven zetten.
We zeilen namelijk aan de verkeerde kant van het vaarwater maar binnen
de prikken die daar staan dus een zeeschip komt daar niet. Oké Stuur ik ga oversteken. Maar kijk wel uit Meester want daar
komt een Coaster aan een Duitser aan zijn vlag te zien. Ai, ai Sir zeg ik, ik zie hem en laat de boot halve wind af
vallen stuurboord de vaargeul in. En zo koers ik naar de andere kant van
de geul terwijl ik mijn snelheid en die van de Duitser door
mijn rechter ooghoek goed in de gaten hou. Ik nader snel het punt waar
ik voor de Duitser over de geul achter de prikken zal bereiken maar de
Duitser nadert ons ook snel. Maar eigenlijk is het mij die hij snel
nadert ik heb alleen nog
oog voor de Duitser de anderen ben ik op dit moment vergeten de adrelyne
giert door mijn bloed. Ik hoor als in de verte de Stuur zeggen God Meester je heb het
toch nog wel in de hand. De loods op de Duitser denkt er net zo over en zet de fluit
wijd open. Maar ik voel gewoon dat ik de situatie in de hand heb en als
iedereen denkt dat de Coaster ons zal rammen, stuur ik de boot hoog
aan de wind voor de Coaster over achter de prikken buiten de
vaargeul. Nou Meester dat is vandaag de tweede keer dat we door het oog van
de naald kruipen zegt De Stuur tegen mij. Dat valt wel mee Stuur ik wist gewoon dat ik er voor over kon
sorry dat jullie zo geschrokken zijn. Nou zo te zien ben jij de enige die er zo over denkt, zegt hij terwijl
hij naar de brug van de Coaster kijkt waar we voor over gezeild zijn,
die ons op dat moment passeert en waar op de brug de loods, en de Kapt
of Stuurman met hun vuisten naar ons staan te zwaaien. Die goudvinken zijn gewoon jaloers dat ik zo mooi voor hun over
zeilde Stuur ik had nog meer ruimte over dan ik dacht over te hebben. We zullen straks als we in de haven komen maar even goed op letten
waar die gasten afgemeerd hebben anders word het misschien matten
geblazen zegt de Stuur. Maar een voor een en een voor allen al moet ik
toe geven dat ik me rot geschrokken ben. Vlak voor we de haven binnen varen laten we onze zeilen zakken en
starten we de Thomson. De haven binnen varend letten we goed op
waar de Duitser afgemeerd ligt. Harry ziet hem helemaal aan de rechter
kant in de haven liggen dus een aardig eind van ons vandaan
afgemeerd liggen. Terwijl wij links in de haven afgemeerd
liggen we varen naar de Henny-D en meren af. Op de wal zien we
geen boze Kapt of loods staan. Zo dadelijk zit hij al bij Farben zegt de
Stuur tegen mij. Hij gaat zijn gang maar Stuur voor mij heb ik niks verkeerds
gedaan. Ik geef de visspullen aan de Stuur op die ze op zijn beurt
weer aan dek legt. Als we daar mee bezig zijn komen Tonny en "Kapt
Farben," ons begroeten. Goedemiddag mijne heren hoe groot is de vangst, en hoe is de
zeiltocht verlopen. We hebben wat Snoeken en Snoekbaarzen gevangen Kap
zegt Harry, de rest van de vangst hebben we weer laten zwemmen dat was
geen lekkere vis. En Meester hoe zeilde de boot prima Kap al hoe wel de boot
van de Havenmeester van Bornholm stukken beter is maar ik had hem prima
in de hand. En de rest vertellen we wel tijdens de maaltijd we hebben
het een en ander meegemaakt vandaag ik vind dat het een geslaagde dag
was vandaag. Mooi dan kunt u de boot achter aan de wal vastmaken Stuurman voor
hij van het schip word afgevaren. Ja Kap dat komt voor elkaar. Dan ga ik me nu maar eens verfrissen voor het diner zegt Farben
tot ons en loopt naar de Salon. We brengen alle spullen van het dek naar
beneden en gaan daar na naar de Mess om een biertje of borreltje voor
het eten te drinken. Op de vraag van Harry of hij eerst even de boot
naar achter moet brengen zegt de Stuur. Laat hem nog maar even liggen Har de ouwe gaat toch binnen door
naar de Mess dus die ziet toch niet dat hij nog niet verkast is. Ben je soms bang dat die Kapt van die Duitser naar die boot gaat
zoeken Stuur. Er was toch niks loos ik voerde een perfecte manoeuvre op de
zeilen uit en dat die vent zo gauw in paniek raakt moet hij weten. Ja dat weet ik allemaal wel Meester, maar ik laat hem toch maar
even aan de buitenkant liggen want aan ellende heb je niks. Kom dan gaan
we een lekker biertje nemen en hij stapt de deur naar de Mess in terwijl we
hem volgen.In de Mess zitten Jan en Andries met Farben aan de tafel, Jan en Harry zitten met een flesje Tuborg en
Farben zit van een glas rode wijn te nippen met zijn pink naar boven
wijzend. Ook een flesje Tuborg mannen vraagt de Stuur aan ons zeker weten
Stuur zeg ik tegen hem. Zo genietend van ons drankje wachten wij op
ons eten en "Kapt
Farben," op zijn diner zoals hij dat noemt, wat Tonny in de Kombuis
aan het bereiden is.De Stuur vertelt Kapt Farben van de kleine windhoos
en dat we van geluk mogen spreken dat hij ons gemist heeft. Ja heren daar heb ik wel eens van gehoord die dingen ontwikkelen
zich aan de boven kant van zo'n berg. En razen dan met geweld naar
beneden alles op hun weg vernielend. Maar gelukkig bent u allen
gespaard gebleven van het leed als hij de boot op zijn weg had gevonden, had
het er niet best voor u allen uitgezien. Ja dat mag u wel zeggen Kap we hebben wel in onze rats gezeten wat
een geluid maakte dat ding zeg, en wij eerst maar denken dat het
een speedboot was die op ons af kwam. Over mijn manoeuvre met de
boot voor die Duitse Coaster over werd met geen woord door de mannen gerept,
maar ik vond dat het mooiste moment van de dag. Wetend dat je het net
zou halen om voor die Coaster over te zeilen. Wat de jongens niet
wisten was dat ik twee kansen had, hoog aan de wind opdraaien om voor
hem over te gaan, of als ik zag dat het niet lukte halve wind afvallen
en er achter langs zeilen. Maar het had me een heerlijke kik gegeven en
daar hou ik van. Net als in de machinekamer mijn hand tussen de
drijfriem en een draaiende pooly steken en hem er zo door heen laten
draaien dat geeft me ook kik. [ Zoals ik jaren later na dit verhaal
de kik van mijn leven kreeg. Met Alize mijn lieve vrouwtje waren we met
onze toercaravan op vakantie in Frankrijk. We kwamen op
een camping vlak bij "Pont du Card," te staan een
Romeinse waterbrug van zo,n zestig meter hoog liep daar over de Rhone.
Die brug gingen mijn vrouwtje en ik natuurlijk bezoeken toen we daar
aankwamen was er een groep Fransen, mannen en vrouwen aan het Bung
djumpen van de "Pont du Card," af. Zij sprongen van de
bovenste water over gang af en bleven dan vijf meter boven de
waterspiegel wat maar +- vijftig cm diep was op en neer stuiteren een
machtig gezicht was dat. Ik klom met Alize langs een stenen trap naar
boven, op de bovenste wateroverloop waren ze net bezig om een
meisje in de elastieken te binden. Toen ze goed vast zat en de man die
Alan heette die de leiding bleek te hebben
alles gecontroleerd heeft gaf hij het sein dat zij kon springen.
Ze liep naar de rand stond even stil en sprong met haar handen en
benen wijd uitgespreid naar beneden. Gefascineerd keek ik haar val
naar beneden na, en zag haar toen zij aan het eind van het elastiek
was meerdere malen op en neer stuiteren tot ze stil hing, de
prikkels liepen over mijn hoofdhuid bij het zien daarvan. Alan kwam naar
mij toe en zei dat het haar eerste sprong was geweest en vroeg of ik ook
eens wilde springen. Ik zei hem dat ik dat wel zag zitten en de gedachte
alleen al wond mij op. Twee mannen en vrouw kwamen op zijn teken
met de bung djump spullen naar mij toe om die aan mij te
bevestigen. Na dat zij klaar waren en om de beurt alles gecontroleerd
hadden, deed Alan het nog een keer zorgvuldig alles nakijkend over
en hij zei dat ik mocht springen als ik er klaar voor was. Zo als
een goede Fransman betaamd omhelsde hij mij en zei geniet van
je eerste sprong Messsieur. Ik moest mijn armen en benen spreiden
als ik sprong zei hij. En daar stond ik dan in de diepte te kijken en
dacht nu of nooit en met een lang gerekte kreet stortte ik mij de
diepte in. Een niet te beschrijven gevoel is het als je zo vrij
naar beneden raast!!! Plotseling kreeg ik een ruk en vloog weer naar
boven en naar beneden de adreline gierde door me heen. Zo
plotseling als het begonnen was hield de val ook weer op vijf
meter boven het water stil hangende voelde ik dat ik langzaam naar
het water oppervlak begon te zakken waar na twee mannen mij van de
djump elastieken af hielpen. En weer de omhelzingen, ook van de
dame die voor mij sprong. Even later kwam Alize naar me toe gerend en
viel om mijn nek en zei dat ze wel erg bang geweest was. Alan die na mij
gesprongen was kwam mij en Alize de hand schudden en zei dat als ik weer
een keer wou springen ik altijd welkom was en hij gaf me een
kaartje met het adres van de club. Ik voelde me een heel ander mens na
die sprong, Alize en ik liepen langs de Rone van de "Pont Du Card,"
weg en vonden een mooi plekje om te zwemmen. We lagen onze kleren op een
piepklein strandje, buiten Alize en mijn persoontje was er geen
mens te bekennen dood stil was het daar. We doken het
water in en zwommen een poos in de ondiepe rivier waarvan het water
heerlijk was. Daar na heb ik de sprong die me het gevoel van mijn leven
gaf nog een keer, het gevoel dan op het strandje over gedaan. Dus
problemen met je libido ga bung djumpen zeker weten! Hoofdstuk 4. Na
het eten ging ik de Machinekamer in om
een kijkje te nemen of alles goed verliep. O, spreek nog eens schitterende Engel want zo zie ik u daar verschijnen boven mijn hoofd. Als een gevleugelde boodschapper uit de hemel waar stervelingen nauwelijks naar durven kijken. O,Romeo, hoe kwam u hier en wie wees u de weg?. O Julia de liefde wees mij de weg ik ben geen zeeman maar toch, Als u ver van mij vandaan zou zijn verder dan de verste kust. Dan nog zou ik mij op de wijde zee wagen om u te vinden. O
Romeo, O, Romeo, waarom ben je juist Romeo? Verloochen je vader en weiger je naam ter wille van mij. Of als je dat niet kunt, wees dan toch mijn eigen geliefde. En ik zal niet langer een Capulet zijn! Na deze voordracht keert Farben naar zijn stoel terug Tonny met
een rood hoofd achter latend, want die had nog nooit in haar
leven een stuk uit de balkonscène van Shakespeare gezien of
gehoord. Ieder jaar Mevrouw mijne heren was het spelen van Romeo en
Jonkheer van Rietschoten tot Overbeek als Jullia een ware marteling
voor mij. Als het stuk dan ook ten einde was en de hele Adel stond te
applaudisseren, en wij maar buigen want dat moest dan van Madame
Yvette. Zij stond dan met haar mager lijfje haar kleurloos piekhaar in
een koddig staartje op haar hoofd gebonden, voor ons in de coulissen
buigend met haar rechterarm voor haar platte borsten
te demonstreren hoe we als heren moesten buigen voor het
Adellijke publiek, het een komies gezicht voor ons Jonkheren
wat die vroeg oude taart in de coulissen
stond te doen, excuseer mij dat ik dit zeg een Heer behoord dat
niet zeggen.
Shark
Hoofdstuk 6
, Wonen op Kot bij Alize,” Ik
zak onder uit en denk na over de tijd dat ik met deze wonderlijke man
gevaren heb zo,niemand maak je maar een keer in je leven mee en ik zal
dat nooit vergeten de tijd op de Henny- D en haar Gezagvoerder zoals
hij zelf altijd zei want ondanks dat hij voor het zeeman leven gekozen
had kon hij ook niet vergeten dat hij ”Graaf du Farben van Gelre,”
was maar dat was nou eenmaal zijn op voeding die hij genoten had. Met
etenstijd bracht zuster Cecilia het nonnetje die ik met Alize samen
voor het eerst ontmoete mijn eten. Ik
vraag haar waar Alize is “ze heeft van nacht nachtdienst en dan zal
je haar wel zien zegt ze” en glimlacht zo als een nonnetje
glimlachen kan naar mij. “Eet
u bordje maar smakelijk leeg meneer” zegt ze ”Wil
u dan wel alstublieft het gordijn rond mijn bed sluiten zuster want
die man naast mij zien eten is nou geen waar genoegen dat kan ik u wel
verzekeren.” “Dat
zal ik voor u doen meneer” zegt ze en ze ritst het gordijn om mijn
bed heen. “Maar
vergeet u niet dat we allemaal kinderen God,s zijn ook ons Rafke
meneer.” “Dat
kan wel zo zijn zuster maar onze Lieve Heer vraagt ons Rafke ook niet
bij hem te komen eten.” Als het bezoekers tijd is komen de Stuur en
Tonny met Jan de zaal binnen. “Hallo
Meester, groet Tonny hoe gaat het er nou mee?” Vraagt ze me een
dikke pakkerd gevend. “Ik
voel me prima Tonny maar ik moet voor de zekerheid een dag of veertien
hier blijven zegt de Dokter, maar dat zal wel lukken met dat lieve
verpleegstertje Alize.” “O
Meester je ben verliefd op zuster Alize beken het nou maar.” “Zeker
weten Ton maar het zal wel niet wederkerig zijn.” “Kop
op Meester zo als ze naar je kijkt weet je maar nooit.” “Je
zal het wel van Farben gehoord hebben Meester zegt de Stuur dat het
jouw laatste reis was, en dat Anton eerste word hij is zo trots als
een pauw. En om dat het ook Farbens laatste reis word gaan Tonny en ik
ook van de Henny-D af, want dan komt de ouwe Kapt weer terug en dan
wil ik weg zijn.” “Ja
zo is het in het leven nou eenmaal Stuur
we komen en gaan en meestal zie je elkaar nooit weer terug. Als
ik hier uit ben ga ik eerst maar eens naar dat huis in Spanje kijken
waar ik het in Karl Stad met je over had en blijf daar een week of
zes.” “Ik
zou wat graag met je mee willen Meester maar ja Toon is zo jaloers hè”
zegt Tonny. “Jij
heb het dan weer veel te druk met je Kroeg Tonny” “ja
dat is zo meester zegt ze, me een briefje in de mijn hand drukkend.
Hier Meester hier heb je
het adres van Toon en mij beloof me, en echt doen hoor om eens een
keertje langs te komen om gezellig bij te kletsen wat je zo al in
Spanje uit gevreten heb.” “Dat
beloof ik Tonny” en dan gaat het belletje ten teken dat het bezoek
is afgelopen “Nou
Meester zegt de Stuur en hij geeft me een hand doe wat Tonny je
gevraagd heb en word maar gauw weer beter. Ik vind het tof bij je
gevaren te hebben. “Eens
gelijk Stuur en jij ook Tonny en ook jij Jan” zeg ik ze alle drie
een hand gevend. Bij
de deur draait Tonny die als laatste de zaal verlaat zich om zwaait,
en werpt een hand kus naar me, en is dan ook verdwenen. Vlak daar op
komt zuster Cecilia met de koffiekar binnen. “koffie
zeker vraagt ze?” “Graag
zuster en alleen met melk er in alstublieft.” Ik pak mijn koffie met
een boek en ga liggen lezen. Terwijl Rafke naar me ligt te loeren maar
hij probeert gelukkig geen gesprek meer met me aan te knopen want dat
is zo vermoeiend met iemand die je slecht kan verstaan. Om een uur of
elf ligt iedereen op de zaal te slapen, en Rafke ligt met zijn mond
zonder gebit luid te snurken. Die vent maakt ook met alles wat hij
doet geluid, en dat klinkt verre van prettig. Plotseling hoor ik een
dof plop geluid en zie Rafke op springen terwijl hij woest om zich
heen kijkt, zijn hand in zijn nek houdend. Zijn woeste blik blijft op
mij rusten vermoedelijk om dat het licht boven mijn bed nog brand, en
ik een boek in mijn handen heb. “Daar
zult ge spijt van krijgen zunne brult hij naar mij wijzend, ge zult
verschieten manneke als ik met oe gedaan heb.” In
tussen komt zuster Alize de zaal binnen omdat Rafke met zijn andere
hand de bel in zijn hand houd, en daar constant op blijft drukken. Ze
pakt de bel uit Rafke,s hand “amai Rafke wat zijt gij aan het doen
mannek ‘Hij was het zegt hij naar mij wijzend dieėn Olander eb ene peerke in mijne hals egooid. En hij laat zuster Alize een groen witte smurrie in zijn hand zien die hij uit zijn nek heeft gehaald. “Amai
Rafke ge kan dat toch nie zeker weten zunne hebbe gij hem dat zien
doen?” “Wel
ik zal uwe hals kuisen en dan gaat ge rap terug slapen zunne,” zegt
zuster Alize tegen hem, en ze begint
Rafke,s nek schoon te maken. Als
ze klaar is zegt “allez rap onder de wol en slapen,” als Rafke
hierna onder zijn deken ligt en kwaad naar me ligt te loeren. Zeg ik
“sorry Rafke ik was het echt niet ik heb nog niet eens fruit op mijn
kastje staan.” Hij zegt niks terug maar draait zich kwaad naar mij
kijkend om, en ligt tien minuten later het zelfde geluid te produceren
als daar voor. Zuster Alize komt naar mijn bed toe en legt haar hand
op mij voorhoofd en de andere hand in mijn nek. Wat een heerlijk
gevoel haar warme hand op mijn hoofd en nek te voelen. “En hoe gaat
het met u meneer?” “Met
mij gaat het goed zuster met een zachte blik in haar ogen kijkt ze me
aan. Ik krijg een wee
gevoel in mijn maag, het is dat ik in bed lig anders zouden mijn knieën
gaan knikken. Ze slikt een paar maal en likt haar lippen, en dan zegt
ze “o manneke ik zie ge zo gere.” “O
Alize meisje toch prevel ik, ik jouw ook meisje van me,” haar
gezicht met beide handen beetpakkend, en ik kust haar vol op de mond. “Amai
ik moet nu rap weg Leen mijn lief
maar als ik gedaan heb kom ik rap naar u terug.” Ze
geeft me nog een stevige kus en verlaat de zaal, me in de
zevende hemel achter latend. “Allez
manneke ik zal et ooft nonneke verwittige zunne dan zult ge morgen
verschieten, “ zegt Rafke tegen mij. Die het hele tafereel tussen
Alize en mij heeft liggen afloeren. “Gij
doe maar Rafke zeg ik tegen hem met mij krijgt gij gene ambras zunne,”
zeg ik tegen hem. Om een uur of drie maakt Alize me met een kus wakker
“ik voor ene tijdje gedaan” zegt ze me stevig beet pakkend. ”Woon
je in Antwerpen Alize?” “Nee
lieveke ik zit op kot in Lier daar woon ik erg Schoon zunne, ik kijk
op het stadhuis uit en het is daar erg gezellig. Als je hier uit mag
moet u een poosje maar liever voor altijd bij mij op Kot komen wonen
voor ge weer de zee op gaat.” “Dat
doe ik zeker schatje dan kunnen we samen gezellig uit gaan in Lier,
maar hoe zullen je ouders dat vinden. “ “Of
ze het goed vinden of niet sjoeke dat veranderd toch niks aan ons
beiden, ik zie u gere en daar mee is het gedaan. Maar mijn Vokke is
een lieve man, en mijn Moeke is wel wat snibbig maar toch ook erg lief
ze zullen je wel aardig vinden.” Na
zeven dagen heb ik het voor elkaar dat ik het St Jozef Hospitaal kan
verlaten. Ik voel me dan ook goed in mijn vel steken, wat natuurlijk
ook door Alize komt. s,
Middags neem ik afscheid van de patiënten in de zaal, ook van Rafke.
Schoon geboend zit hij in zijn bed, ik geef hem een hand en kijkt in
zijn pafferig gezicht met rode wangen. Nou gedag hė
Rafke de groeten en dat ge maar gauw mag genezen van oewe kwaal” zeg
ik tegen hem. “Amai
manneke zegt hij me met zijn glinster oogjes aan kijkend, ge zijt een
toffe gij, en verescuseer mijne kwaje gedacht tegen oe hè.” “Doe
ik Rafke en gegroet dan maar hè het beste met u.” Samen
met Alize loop ik naar de zusterpost en stappen naar binnen, waar
zuster Cecilia bezig is haar rapporten te schrijven. Ik geef haar een
hand en bedank haar voor de goede zorgen. “Graag
gedaan manneke zegt ze, en als ik me niet vergis zal ik u in de
toekomst wel meer ontmoeten het aller beste met u.” Alize
en ik lopen samen naar buiten op de bus halte toe waar de bus stopt
die ons naar Lier zal brengen waar zij woont. “Nou
lieveke zeg ik tegen haar dit is dan het begin van ons samen zijn, en
ik hoop met heel mijn hart dat het heel heel lang mag duren” en ik
druk haar heftig als of ik haar nooit meer wil loslaten, tegen me aan.
Als onze bus bij de halte stopt stappen we in en gaan op de achterbank
zitten waar we alleen nog oog voor elkaar
hebben. Na 20 min stappen we in Lier voor het stadhuis uit. Ik
zie dat Alize niet heeft over dreven het is een prachtig Stadhuis, en
alle andere gebouwen zijn even zo. Als we naar haar woning op Kot zo
als zij dat noemt wandelen geniet ik van de gezelligheid die op het
plein heerst. We komen bij een deur die ze met haar sleutel opent. We
stappen een hal binnen waar twee deuren van de beneden huizen, de lift
en de trap naar boven op uit komen. Als
we de lift in stappen vraagt ze, “druk is op drie lieveke?”
Terwijl ze in haar tas zoekt en “awel daar is hij” zegt
een andere sleutelbos aan mij tonend. “Van
de deur van het Kot verklaart ze.” Als
de lift met een stoot boven gekomen stopt, zegt ze, “dat stoten komt
om dat het een mechanisch lift is sjoeke, de lift
uit stappende, lopen we op een deur recht tegen over de lift
af. Alize
opent de deur doet een stap op zij en zegt, “ga uw gang schatje het
is van zelf nu ook uw Kot.” Ik stapt de hal binnen, en zie vier
deuren allen van donker eiken, de woonkamer, de twee slaapkamers de
keuken alles is van eiken. “Een
mooi Kot schatje zeg ik tegen haar, en dat uitzicht erg mooi hoor”
zeg ik tegen haar, als ik op de bank voor het raam ga zitten waar je
een prachtig uitzicht op het plein heb. Alize
komt naast me zitten en nestelt zich dicht tegen mij aan, “wat wil
ge straks eten m,n lieveke van mij,” vraagt ze. “Kies
jij maar schatje je zal best wat lekkers kunnen verzinnen vermoed
ik,” en ik kus haar schattige neusje. “Dan
maak ik patatten met een biefstukske, en boonkes, en gij moogt ijs toe
mijn lief.” Even
later hoor ik haar in de keuken in de weer en zit ik van de gezellige
drukte op het plein te genieten. Voor het Stadhuis staan twee open
koetsen met koetsiers met een hoge grijze
hoed met een rode band op hun hoofd
te wachten. Op toeristen die een ritje met de Koets door de het
Stadje willen maken. “Als
ik je ergens mee moet helpen moet je het zeggen hoor schat” roep ik
naar de keuken? “Geniet
gij maar van het schoon uit zicht schatje ik red mij wel” roept ze.
Even later komt ze neuriënt binnen, en begint de tafel te dekken. Als ze daar mee klaar is
gaat ze weer naar de keuken terug en hoor ik haar met pannen rammelen.
Komt de kamer in en pakt
een Kandelaar met zes armen van de daar staande kast. En zet hem in
het midden van de tafel die ze feestelijk gedekt heeft. Ze
kijkt naar me en zegt, dat is voor ons eerste etentje samen schat o ik
zie u zo gere!” “Ik
jou ook lieveke” zeg ik tegen haar. Als
ze weer in de keuken bezig
is roept ze “wil gij de kaarsen in de kandelaar steken lieve ze
liggen in de linker la van de kast, en wilt gij de flesaftrekker
pakken die er neffen ligt dan kunt ge de wijn sefkens open maken.” “Natuurlijk
wil ik dat voor je doen schatje” roep ik terug en ga naar de kaarsen
in de la op zoek. Ik pak zes stuks uit de doos die in de la staat en
steekt ze in de Kandelaar. Terwijl de heerlijke geur van gebakken
biefstuk door de kamer begint te glijden. “We
gaan zo eten schatje” zegt Alize de keuken uitkomende, ge kunt de
kaarsen aansteken en de wijn open maken.” Zegt ze steekt me een
doosje lucifers toe stekend. Ik
trek eerst de kaarsen lonten wat omhoog
steekt ze aan, en trekt dan de fles wijn open.
Waarna ik naar de keuken ga om Alize te helpen met opdienen.
Als we tegen over elkaar van het eten zitten te genieten, is
er op dat moment geen gelukkiger man dan ik.
Na het dessert, ijs met gevarieerde vruchten naar binnen
gewerkt te hebben zeg ik, “zo
lekker heb ik nog nooit gegeten schatje” Alize
staat op en zegt we ruimen snel af en zetten de afwas weg die doen we
morgen wel. “Dat
doe ik morgen wel schat als je naar je werk ben.” Amai
ik ben morgen ook vrij schatje zegt ze, ik kreeg zo maar een vrije dag
van zuster Cecilia om dat ze jou zo,n lieveke vind zei ze. En ik kan
je verzekeren dat een nonneke dat niet rap zegt zunne.” Als
we klaar zijn met de vuile vaat in de keuken te zetten, en de
tafel afgedekt is komt Alize met de koffie binnen die ze tijdens het
afruimen gezet heeft. Komt
naast me op de bank zitten en schenkt voor ons beiden in. Als
de bel gaat “amai dieèn zijn rap” zegt Alize. “Wie”
vraag ik. “Ons
Vokke en Moeke zegt ze.” “Verwachte
je ze dan schatje.” “Ja
dat wel maar nie zo rap zunne.” Ze
loopt naar de deur om open te doen ik hoor stemmen in de hal de
Familie is zich aan het op maken mij te ontmoeten. Als de deur open
gaat sta ik op en komt Alize,s Vader gevolgd door haar Moeder, gevolgd
door Alize de kamer binnen. Alize,s
Vader stapt op mij af zijn
hand naar mij uit stekend “Sjef zegt hij aangenaam kennis met u te
maken, hoe gaat het met u, gaat het al wat beter na die klap met die
slinger van dat moteurke.” “Sharkzeg ik ook aangenaam
kennis te maken met mij gaat het gelukkig een stuk beter ik voel me
tenminste weer de oude.” “Dag
Meneer zegt Alize,s Moeder terwijl ze mijn hand schud Leah is de naam
Alize,s Moeke.” “Ook
met u prettig kennis te maken Leah zeg ik tegen haar u lijkt sprekend
op uw Dochter vind ik.” “Zet
u” zeg Alize tegen haar ouders terwijl ze naar de keuken loopt om
koffie voor hen in te schenken.
“Dus
u ben ene Zeeman Leen, vraagt Sjef aan mij, ik heb namelijk nog nooit
gevaren mijn Familie boert over het algemeen.” “Landrotten
dus Sjef zeg ik tegen hem maar die moeten er ook zijn want we moeten
ook eten niet waar.” “Gaat
u Ons Alize mee op u boot of naar Holland toe mee nemen Shark?”
vraagt Leah. “Nou
nee Leah maar ik weet natuurlijk niet wat ze zelf wil misschien wil ze
wel met mij mee varen maar dat is haar eigen keus lijkt mij. En als ze
in België wil blijven wonen vind ik dat ook best hoor, dan blijf ik
bij haar op Kot waar mijn huis staat is mijn Vaderland zeg ik
altijd.” “Maar
een vrouw kan toch niet op zo,n schip varen met al die mannen Shark?”vraagt
ze. “Ja
wel hoor Leah er varen veel vrouwen met hun man mee voor al op de
Coastvaart, en een Zeeman is geen Barbaar hoor Leah dat zijn ook
gewone mensen net zo als ze op de wal zijn. “Oei
ik moet er niet aan denken zunne ons Alize op zo,n schip.” “Nou
zo ver is het nog lang niet Leah dat zal de toekomst wel uit maken.” Onder
tussen kom Alize met de koffie binnen en zet het op het tafeltje neer,
gaat naar de keuken terug, en
komt met twee glazen borden met een vlaai er op terug.Even later
zitten we met een stuk vlaai en een kop koffie op onze schoot heerlijk
te smullen,en praten over alles en niks nog wat.
“Wanneer
vertrekt u weer naar zee Shark?” vraagt Sjef. “Ik
blijf eerst nog veertien dagen bij Alize Sjef, en dan hoor ik wel
welke Coaster ik krijg als ik naar Holland toe bel. Maar ik blijf wel
bij Alize hier in Lier op Kot wonen want ik hou nou een maal van haar,
en hoop eens met haar tekunnen trouwen. “Ja
ja zegt Sjef ge zegt het Shark
kom u eens een dezer dagen bij ons langs
dan kunt ge bij ons eten en slapen dan kunnen we u wat mooie dingen
laten zien in de omgeving.” “En
door de Familie gekeurd worden of ge wel goed genoeg zijt” zegt
Alize. “Nou
nee zegt Sjef op zijn stoel draaiend dat bedoel ik nie.”” “”Het
geeft niet hoor Sjef zeg ik, ik kom graag met Alize samen naar jullie
toe dat lijkt mij wel gezellig kan ik gelijk met de rest van de
Familie kennis maken. Dat moet er toch eens van komen. En Leah wat
denk jij er van? vraag ik.”Het is al goe Shark
dan kan ik wat lekkers voor u koken. En natuurlijk ook voor de rest
van de Familie. “Dat
weet ik wel zeker Leah, want Alize zal dat lekkere koken wel van u
geleerd hebben.” “Wie
nog koffie vraagt Alize” en begint mijn kop vol te schenken. Als
iedereen zijn kop met koffie heeft, staat Sjef op van zijn stoel pakt
het mes dat naast de vlaaien ligt van het bord en snijd zich tot mijn
verbazing een groot stuk af. Gaat zitten en begint het smakelijk op te
eten, zo ook Leah en Alize dat doen. Kom daar in Holland eens om ten
eerste een stuk taart zelf af te snijden
bij degene wie je op visite bent. Maar ook bij de tweede kop
koffie nog zo,n stuk pakken en op eten. Over cultuur verschil zo vlak
over de grens gesproken. Want toen ik later
met Alize getrouwd was hoorde ik van haar dat het bij de Belgen
volkomen normaal was.Na de koffie ruimen Alize en haar Moeder de
koffie vaat van tafel en brengen het naar de keuken. “En
vraagt Alize wat we willen jullie drinken?” “Awel
geef mij maar een Pintje Meske zegt Sjef.” “En
Moeke gij een limonaat zeker vraagt Alize?” “Ja
dat is goed meske.” “Geef
mij maar een Pilsje schat, en zal ik je even helpen het naar binnen te
dragen?” En ik loop met haar mee de keuken in waar ik haar een
flinke pakkerd geeft. De avond gaat snel voor bij met een praatje en
een pintje, al kan ik Sjef, Leah en Alize meestal niet volgen als ze
in het Vlaams tegen elkaar zitten te praten. Als
het over twaalf is staat Leah op en vraagt “ want denk gij er van
zullen we gaan Sjef.” “Ja
dat is goe zegt Sjef, maar nog efkens mijn Pintje hè het nog nie leeg
zunne”zegt hij, zijn Pintje omhoog houdend. Leah
gaat naar het halletje en komt met de jassen terug terwijl Sjef zijn
pintje in een teug leeg drinkt. Na het afscheid en de verzekering
gegeven te hebben de volgende Zaterdag en een ook nog een stuk zondag
op visite te komen. Zitten Alize en ik op de bank over de voorbije
avond na te praten. Amai
ik had ze wel verwacht maar niet zo rap schatje zegt ze. “Och schatje ze waren nieuws gierig en wilden natuurlijk weten wie de man is waar hun dochter nu verkering mee heeft. Want vergeet niet in hun ogen ben ik een Hollander voor hun, en je weet dat vinden veel Belgiese ouders niet zo geslaagd
als hun dat zou overkomen.” Het
hebben veertien heerlijke dagen samen Alize en ik. We komen nauwelijks
het bed uit alleen om te eten drinken en in bad te zitten. En we
besluiten over twee maanden te gaan trouwen. De hele Familie van Alize
hebben we afgesjouwd, en we zijn veel naar Alize haar ouders geweest
ze erg waren aardig dat wel. Maar als we er waren kon je voelen dat ze
er niet helemaal content bij waren die verkering van hun dochter met
een Hollander.Ik bel tegen het einde van mijn verlof het bevrachting
kantoor op en vraag of er
al wat voor mij is. “Dat
komt mooi uit dat u belt Meester de Anna- V
komt zonder Meester, en ligt
volgende week in Zierikzee uien voor Londen te laden kan ik u boeken
voor deze reis?” vraagt de klerk. “Ja
doe maar kan je me ook zeggen hoe groot dat Cruisschip is?” “Ja
zeker Meester ze is vierhonderd ton Motor tweehonderd veertig Pk Stork
en de rest van de akkemodatie is niet in de Folder vermeld.” “Oké
boek mij dan maar voor de volgende reis.” “En
vraagt Alize waar gaat ge heen sjoeke.” “Naar
Zierikzee schat de Anne-V heet dat schip dan ga ik Maandag weg even
bij mij thuis in Holland langs. En daarna naar Zierikzee dan kan jij
onze trouwerij in orde maken als ik weg bena l zal ik je vreselijk
gaan missen. We kunnen in ons voorlopig laatste weekend het er nog
eens goed samen van nemen gaan we gezellig samen uit.”” “Dat
moet dan maar sjoeke ik zal u ook missen zegt ze me aan kijkend terwijl
de tranen over haar wangen lopen.” “Kom
schatje zeg ik ik ga niet van de wereld af
en ik u zie gauw weer” ondertussen de tranen van haar wangen
kussend. U zal wel gelijk hebben maar “ik hoop dat ik u rap weer zie
sjoeke” zegt ze met een benauwde stem. Maandag morgens stappen we op
de Bus naar Antwerpen, en ik ga ik met de trein naar Den Haag, en
Alize naar het St, Jozef toe. In Antwerpen stappen we voor het Station
uit en koop ik een kaartje naar Den Haag, en voor Alize een perron
kaartje. We gaan door de draaihekjes het Station in de trap naar boven
op. En zo naar Perron vier waar de trein naar Den Haag vertrekt. Als
we boven komen staat de trein al klaar ik gooi mijn ouwe vertrouwde
plunjezak op het balkon. En ga snel naar buiten waar we
elkaar kussend afscheid beginnen te nemen. De Conducteur fluit
lang en indringend. En ik laat Alize na een laatste kus met moeite los
en spring in de trein die al begint te rijden. “zal
je me schrijven sjoeke roept ze?” “hele
boeken vol Schat van me roep ik” en steeds harder gaat de trein ik
blijf zwaaien tot ik haar niet meer zie.
|